donderdag 26 januari 2012

Dramatis personae

Hierbij een overzicht van de personages die jullie op jullie avonturen hebben ontmoet of waarover jullie een en ander aan de weet zijn gekomen. Ik zal het overzicht regelmatig updaten.

Atilda - Een dyade die de hulp van de avonturiers verzocht om de rust in haar domein te herstellen. 
Balderik - Een afvallige paladijn van Heironeous, die door de koning van Sardal vogelvrij is verklaard. 
Bertram - De Graaf van Schemerwolde. 
Bjorn - De verraderlijke lijfwacht van Haldor.
Calen - Een half-elf bard die de spelers deed geloven dat hij een god was. De zoon van Ilmen en Dara en halfbroer van Lyra.
Dara - Een zondige hogepriesteres van Boccob. De moeder van Calen.
Eberhard I - Een koning van Sardal die omkwam in de nog altijd woedende oorlog tegen de orks. De grootvader van de huidige koning.
Eberhard II - De koning van Sardal.
Haldor - Een dwergse meestersmid.
Helga - De dochter en beste leerling van Haldor.
Ilmen - Een machtige elfentovenaar die de wereld wenst te herscheppen. De vader van Calen en Lyra.
Miyrphathras - De familienaam van Ilmen.
Puk - Een gevleugeld elfje.
Sven - Een leerling van Haldor.
Umar - Een janni die de werelden afreist en handelt in magische voorwerpen.
Vito - Een vriendelijke, bereisde half-elf marskramer die door de avonturiers uit de klauwen van een groep goblins werd gered.
Wessel - Een luitenant van het Sardaanse leger die de opdracht kreeg om het transport van een vracht wapens van Libera naar Sardal te overzien.

donderdag 19 januari 2012

12 januari 2012

Dankzij de voorzienendheid van Ludovic is het kamp gerieflijk en comfortabel. Iedereen kan zich opfrissen, een lekker maal wordt bereid, en Sturdle graaft met graagte sanitaire putjes voor wie dat wil, helaas niet steeds op intelligent gekozen plaatsen. Onder andere luitenant Wessel fulmineert als hij in het donker zijn voeten misplaatst.

Dag 24 (maandag 14 april)

De volgende ochtend doet iedereen zijn rituelen, behalve de gnoom, die belast wordt met het inpakken van de tenten en moppert dat hij ook eens z’n neus in de boeken moet steken. Het landschap blijft heuvelachtig en eerder monotoon. Toch blijven de helden waakzaam en Wessel gespannen. Het is dan ook met opluchting dat hij een vesting in de verte waarneemt, een toevluchtsoord voor reizigers dat gewijd is aan de reizigersgod Fharlanghn. De wagens worden op de binnenplaats gereden, en de vier vrienden staan even te kijken van de onderling sterk gelijkaardige klederdracht van de toegewijden. Ze trekken zich terug in de herberg en maken het zich comfortabel, in zoverre dat gaat in het sober ingerichte etablissement. De maaltijd die wordt aangeboden is voedzaam, en Ludovic begaat bijna de vergissing om zich ietsje te goedkoop van de vrijwillige bijdrage  voor het voedsel af te maken. Er worden pogingen ondernomen om de priesters en Vito te leren kennen. Die eersten vertellen over hun manier van leven, over hoe ze vrijheid  boven alles belangrijk vinden, en hoe ze de vele toevluchtsoorden van hun god onderhouden. Er is ook slecht nieuws dat ze meebrengen van hun reizen, namelijk over de verwoesting van Gramdall, een machtige dwergenstad onder de gelijknamige berg, maar dat is al gekend door de helden en door de dwergen. De half-elf daarentegen bevestigt de achterdocht die de dwergen voor hem koesteren door vaag te blijven over zijn persoon en zijn afkomst. Ook de kapel, waar Ludovic zich terugtrekt voor zijn meditatie, is in de sobere stijl ingericht. Het enige verschil is een standbeeld van Fharlanghn, de linkerhand boven de ogen gehouden om de einder af te zoeken en wandelstaf in de rechterhand, met achter zich een beschilderde muur met daarop een weg in een glooiend  landschap. De anderen bouwen een leuker feest in de herberg waar ze de enige gasten zijn, met de muziek van Brocéliande en het bier van “Het Goede Leven”, geschonken als dank voor de gastvrijheid. Sturdle en Lyra maken een rondje op de muren van het oord, waar Aria, de havik, wordt uitgelaten. Alles lijkt rustig in de nacht, en het konvooi legt zich te slapen.
Die nacht echter schrikt Brocéliande wakker door lawaai op de binnenplaats. Een enorme troep mensachtige wezens is bezig alle soldaten van Wessel te overmeesteren. In paniek maakt ze Lyra wakker en stormt dan naar de herenslaapkamer, waar ze zonder gevoel voor etiquette Sturdle en Ludovic wakker maakt. Als echte mannen springen die uit hun bedden, beseffen ze dat ze niet passend gekleed zijn en beginnen elkaar in hun harnassen te hijsen. Ondertussen zijn de wezens de herberg ook binnengedrongen. Gretig naar wraak vanwege het verstoren van de nachtrust wordt korte metten gemaakt met de indringers, hoewel de helden beseffen dat de overmacht wellicht te groot is. De dwergen zijn verdwenen uit de herberg, dat is een slecht teken. Enkele van Wessels mannen liggen dood op de grond op de binnenplaats. Een zware stem, afkomstig van een geharnaste man op een paard, sommeert de helden naar buiten te komen. In volle haast wordt het plan opgesteld dat Brocéliande haar onzichtbaarheid aanwendt om te ontsnappen aan gevangenname. De anderen wordt alles afgenomen behalve hun kleren en op bevel van de ruiter in de kapel opgesloten. Van op een afstand ziet Brocéliande hoe de wezens de karren met dwergenwapens meenemen, gevolgd door een stoet gevangenen, en hoe ze daarna aan een grondige vernieling beginnen door de kapel in brand te steken. Binnenin zoeken Ludovic, Sturdle en Lyra koortsachtig naar een oplossing voor hun situatie.
Inmiddels moet Brocéliande machteloos en met lede ogen aanzien hoe, binnenin de kapel haar vrienden gebraden worden. Ze brengt zichzelf in veiligheid, merkt dat ze te vermoeid is om het schouwspel gade te slaan, en hoopt op een blije afloop.

Dag 25 (maandag 15 april)

Als ze wakker wordt smeult de kapel nog na. Tussen de overblijfselen vindt ze echter geen aangebrande lijken, dus begint ze te porren op zoek naar een gang. Opeens ziet ze wat het standbeeld van Fharlanghn lichtjes bewegen, hoewel de beweging geblokkeerd is door een balk van het plafond. Met een hefboom krijgt ze die weg, en opeens opent ook voor haar het altaar, waar een fris uitgeslapen Ludovic haar begroet. Hij was het die een inscriptie vond op het altaar die reizigers in problemen adviseerde om “de weg de tonen aan Fharlanghn om obstakels te overwinnen”. Sturdle kreeg een ingeving en draaide het standbeeld om zijn as, op dezelfde manier als de bard zonet deed, totdat het keek naar de weg op het paneel erachter. Het altaar schoof weg en onthulde een trap die naar beneden ging. Vol zorgen over het lot van Brocéliande maar met  evenveel zorgen over hun eigen hachje hadden de drie geen andere keuze om af te dalen. Binnenin het heiligdommetje vonden ze een voorraadkamer met enkele wapens , proviand en een kistje met geld, allemaal sfeervol verlicht door een eeuwig brandende fakkel. Zij brachten er de nacht door. Sturdle, met gezond dwergenverstand,  vraagt aan Brocéliande of zij zou kunnen zoeken naar de tweede uitgang, en inderdaad, een geheime deur opent en leidt naar de uitgang van een natuurlijke grot.
Vol goede moed en met een vlaagje nostalgie zetten de helden de achtervolging in. Het is al snel duidelijk dat de voorsprong van de wezens eerder groot is, hoewel ze in de juiste richting van het normaal af te leggen pad gaan. De dag eindigt.

Dag 27 (woensdag 17 april)

Op de avond van de tweede achtervolgingsdag worden de helden opgeschrikt door een schreeuw van een griffioen, die weinig tevreden is met kamperende indringers. Het vliegende wezen brengt enkele rake klappen toe maar gaat neer, dankzij de toverkrachten van Lyra en ondanks het klunzige optreden van Sturdle met zijn vechtstaf. De doodschreeuw lokt echter een tweede griffioen, en die peuzelt ei zo na het groepje op. Ludovic gaat neer en Sturdle is stervensdood. Iedereen is in slechte toestand, maar net op tijd kan Brocéliande met een drankje Ludovic bij zijn positieven brengen, en hij wendt zijn goddelijke krachten aan om Sturdle van de rand van de afgrond weg te halen. De held weet echter niet wat rust betekent en tracht de heuvelkam op te klimmen om het griffioenennest te bezichtigen. Helaas merkt hij dat de kracht in zijn armen verdwenen is en valt terug naar beneden. De anderen halen hem vol bezorgdheid over om toch maar even te recupereren.

XP
3600 XP (900 XP per persoon)

Treasure
Dagger
Club
Quarterstaff
Spear
Sling
10 sling bullets
Light crossbow
10 crossbow bolts
200 gp
Red garnet
White pearl
Aquamarine

Tekst: Roel Decadt

zaterdag 31 december 2011

27 december 2011

Het plan om Brocéliandes stalkster op het spoor te komen, wordt veranderd. Het plan is om een ‘Brunch met Brocé’ weg te geven aan diegene die het leukste tekstje weet neer te pennen. Zo kan het handschrift vergeleken worden met het briefje dat Brocéliande eerder kreeg.
Die avond geeft Brocéliande het beste van zichzelf en het publiek dat is komen opdagen, weet het optreden te appreciëren. Sturdle werpt zich op als bodyguard en Ludovic biedt zich vrijwillig aan als manager. Hij kondigt de wedstrijd af die de volgende dag zal plaatsvinden. Jammer dat Lyra het optreden moet missen, want haar ritueel is pas morgenvroeg afgerond.

Dag 21 (vrijdag 11 april)

Die ochtend na het ontbijt, kan Sturdle zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, en gaat een kijkje nemen in de kamer van Lyra. Sturdle kan nog maar net wegduiken als Lyra de laatste bezwering uitspreekt. Met een sierlijke vlucht landt haar havik op haar arm, een hechte band is gesmeed. Met Aria op de arm stapt ze de verbouwereerde Sturdle voorbij en gaat snel ook iets eten. Maar het ritueel heeft haar uitgeput, en ze kruipt snel terug in bed. Opgetogen met het plan gaat Brocéliande haar optreden voorbereiden. Want deze keer word het een hele show waarbij ze haar zang zal begeleiden met de lier.
Ondertussen doen Ludovic en Sturdle een ronde door de stad. In het arme buitengedeelte steekt Ludovic een preek af. Hij probeert de inwoners te overtuigen van de meerwaarde die St. Cuthbert hen kan bieden. Enkelen luisteren geïnteresseerd, maar daar blijft het bij. Ze doen nog enkele inkopen om het kamperen in de wildernis aangenamer te maken, en Ludovic, die de tent met Sturdle zal delen, dringt aan om ook een emmer en een stuk zeep aan te schaffen.
Die avond is het de grote show. En alle middelen worden ingezet. De gelagzaal zit vol en Sturdle heeft zijn werk om vanuit zijn minder hoge positie de zaal te overzien. Ludovic kondigt het optreden aan en Brocéliande vult de zaal met al haar luister. En dan zet ze de finale in, gesteund door een spreuk van Ludovic, en met Lyra die enkele pyrotechnische effecten verzorgd, wordt haar performance een knaller.
Sturdle haalt de briefjes op en in een achterkamer worden de handschriften vergeleken. Er zit geen enkele match tussen, maar de dienstmeid viel op door haar meer dan gewone interesse. Sturdle weet een bierviltje met een bestelling te scoren, en het handschrift zou dezelfde kunnen zijn. Met een smoes weet hij haar tot in de achterkamer te lokken, en de meid maakt zich meteen verdacht door haar naam Anna die ook het een A begin. Maar al snel blijkt dat ze de verkeerde te pakken hebben, want Anna kan niet schrijven.
Er zit Brocéliande niets anders op dan een keurige heer uit te kiezen uit alle briefjes waar geen oneerbare voorstellen opstaan. Heer T. Wallis blijkt de gelukkige, en ze spreken af om de volgende dag in ‘De Klinkende Munt’ een brunch te houden.

Dag 22 (zaterdag 12 april)

Brocéliande ontvangt van de waard opnieuw een bericht, en ze herkent het onmiddelijk als van haar stalkster afkomstig! Ze weten dat hun plannetje mislukt is, en deze brief is er de bevestiging van. Ze leest het briefje voor aan haar vrienden:

"Je optreden was weer uitmuntend, maar het is wel duidelijk dat je nog veel over me te leren hebt. Dacht je nu werkelijk dat je me in de val kon doen lopen, dat ik mezelf zo gemakkelijk zou blootgeven? Ik weet dat wij voor elkaar bestemd zijn, Brocéliande, maar ik weet ook dat jij er nog niet klaar voor bent om me te ontmoeten. Je hebt tijd nodig om aan mijn aanwezigheid in je leven te wennen, en die tijd geef ik je..."

Lyra geeft haar een bemoedigend schouderklopje en troost haar met de gedachte dat ze morgen toch vertrekken uit deze stad. Maar eerst de brunch...
De dames blijven in de herberg terwijl de heren nogmaals de stad in trekken. Ludovic haalt zijn nieuwe harnas op dat op zijn maat gemaakt is, en ook Sturdle pronkt met een nieuwe borstplaat. Sturdle hoort de meestersmid nog eens uit, want zijn vertrouwen is niet al te groot. Het meesterschap van de smid blijkt ingegeven door Moradin zelve, waar ook Sturdle groot respect voor heeft. Ze komen kapitein Wessel tegen, die hun de precieze plaats van afspraak meedeelt.
Met hun nieuwe uitrusting gaat Ludovic weer wat preken. Deze keer binnen de stadsmuren, in een armer deel. Zijn betoog heeft al wat meer succes, bijgestaan door Sturdle die ondertussen de zinnen al kan afmaken. Enkelen zijn zelfs zo geboeid dat ze naderhand wat meer uitleg komen vragen. Ludovic spreekt af om hen morgen nog snel te woord te staan voor ze vertrekken.
Intussen is Brocéliande in gesprek verwikkeld met de winnaar. Maar de heer T. Wallis moet het gesprek jammer genoeg af en toe onderbreken. Zijn vertering lijkt hem parten te spelen, en in grote schaamte knijpt hij er tussen uit. De brunch loopt met een sisser af, maar de pientere Brocéliande verzamelt snel wat voedsel en drank om te laten analyseren door Ludovic. Ook Lyra die het hele gesprek afluisterde heeft niet veel boodschap aan dit heerschap.
De vier vrienden genieten nog van hun laatste namiddag in de stad, en maken zich klaar om de volgende dag te vertrekken met de karavaan.

Dag 23 (zondag 13 april)

Ludovic muist er nog snel vantussen om zijn contacten aan te halen met de geïnteresseerde luisteraars om zich nadien snel weer bij de groep te voegen. Het zonnetje staat nog laag als de karavaan zich op gang trekt. De jongens rijden voorop en zien in alle rust het glooiende landschap voorbij trekken. Ludovic probeert van dit moment gebruik te maken om op Sturdle in te spreken zijn chaotische kant wat meer om te buigen naar wat meer orde en structuur. St. Cuthbert kan daarbij helpen! Maar Sturdle is nog niet overtuigd van de sterkte van de godheid, en maakt zich voornamelijk zorgen of hij meer schedels te pakken krijgt.
De meisjes rijden achteraan en bespreken al lachend de mislukte brunch van de dag ervoor. Zo lelijk was die koopman nu ook weer niet blijkbaar. Maar dan brengt de havik van Lyra nieuws. De havik vloog wat voor de karavaan uit en zag enkele figuren de weg blokkeren. Snel brengen ze kapitein Wessel op de hoogte, en die vraagt hen om met vier eens een kijkje te gaan nemen. Ze legt de situatie uit aan de jongens en met een omtrekkende beweging krijgen ze al snel in het oog wat er gaande is. Een negental goblins hebben een eenzame reiziger omsingeld.
Sturdle aarzelt geen minuut en drijft zijn rijhond in de richting van de goblins. Jammer genoeg wil de hond de sprong niet maken, waardoor hij op zijn passen terug moet komen. Lyra schakelt snel enkele goblins uit, en ook Brocéliande doet mee. Sturdle ment zijn hond en
doet hem stoppen vlak voor een goblin. Hij maakt gebruik van de vaart om over het hoofd van de hond uit het zadel te springen, in de lucht zijn wapens te grijpen, en de goblin voor hem dodelijk te verwonden. Ludovic geeft zijn paard de sporen, en valt de achterhoede van de goblins aan. Die lafaards groeperen zich per drie, en Ludovic maakt er handig gebruik van. Hij lanceert een oorverdovende knal tussen hen in, en met bloedende oren vluchten ze weg. De laatste overblijvers kiezen ook het hazepad. De reiziger, die zich voorstelt als Vito de marskramer, bedankt hen en neemt het aanbod om verder te reizen met de karavaan in dank aan. De rest van de dag verloopt zonder incidenten en als het duister valt, zetten ze hun kamp neer.


XP
900 XP (225 XP per persoon)

Treasure
5 tindertwigs (gekocht)
10 candles (gekocht)
Bucket (gekocht)
Crowbar (gekocht)
Five day's firewood (gekocht)
10 foot ladder (gekocht)
Twenty day's trail rations (gekocht)
Soap (gekocht)
2 tents (gekocht)
Shovel (gekocht)
Iron pot (gekocht)

Tekst: Mattias Dooreman

dinsdag 13 december 2011

1 december 2011

In het pakhuis aangekomen, markeert Ludovic de plek van aankomst met een stuk krijt, zodat de avonturiers een volgende keer weer kunnen vertrekken vanaf dit punt.  De avonturiers en Umar verlaten het pakhuis en komen aan op de kades van de handelsstad Libera.
Ze begeven zich naar het stadscentrum en stappen daar herberg “De Klinkende Munt” binnen. Het blijkt een etablissement van enig niveau dat vol met kooplieden zit. Wanneer de waard merkt dat Brocéliande een lier meedraagt, vraagt hij haar een stukje te musiceren. Dat doet ze zo goed dat hij de avonturiers gratis kamers aanbiedt op voorwaarde dat Brocéliande die avond wil optreden. Daar stemt ze meteen mee in. Umar sluit zich inmiddels verblijd aan bij de onderhandelende kooplieden.
In de gelagkamer treffen ze een militair die somber aan de bar zit: luitenant Wessel. Hij moet een wapentransport uit dwergengebied begeleiden naar Sardal. Ze zijn goed en wel tot Libera gekomen, het verplichte omslagpunt voor de handel, maar van hieraf weigeren de dwergen – de meestersmid en zijn gevolg die met de wapens zijn meegekomen om hun betaling te ontvangen – om onduidelijke redenen om nog verder te gaan over zee. De weg over land is echter zeer gevaarlijk: er trekken goblinbendes rond, en luitenant Wessel heeft niet de financiën om wachters in te huren.
Ludovic voelt zich ogenblikkelijk geroepen om deze landgenoot bij te staan en zegt zijn bescherming toe. De rest laat zich met verschillende gradaties van enthousiasme overhalen eens ze begrijpen dat aan het eind van de reis een beloning wacht, en dat de wapens bestemd zijn voor de koning zelf.
Een bijkomende kwestie is dat de dwergen momenteel onvindbaar blijken: ze zijn weggestormd op zoek naar een ‘fatsoenlijke herberg’. Sturdle, specialist ter zake, belooft dat hij ze wel zal weten te lokaliseren.
De avonturiers vertrekken om enige inkopen te gaan doen, maar zijn nog maar amper op pad, wanneer een jonge vrouw totaal overstuur uit een steegje komt gerend. Ze vertelt paniekerig dat haar man daar is neergeslagen door een bandiet. Lyra beschouwt dit als de oudste truc ter wereld, Ludovic daarentegen ziet een medemens in nood die geholpen moet worden. De vrouw is zo overtuigend dat ook Lyra en Brocéliande hun aanvankelijke scepticisme aan de kant zetten, en de groep loopt het steegje in. Daar worden ze echter voor ze het weten op de nek gesprongen door een troepje schurken. Ook de ‘neergeslagen’ man veert wonderbaarlijk genezen weer overeind. Het schorriemorrie is echter geen partij voor de avonturiers, die er korte metten mee maken. Wanneer de last man standing door een magic missile is geveld, neemt Sturdle nog even de moeite om de enige overlevende te vragen of hier iets persoonlijks mee gemoeid was. Wanneer dat niet het geval blijkt, maakt een stevige hamerslag een definitief einde aan dit intermezzo.
De rest van de dag wordt gevuld met shoppen: een bezoekje aan de wapensmid en “De Toverketel” laat de avonturiers met een lichtere beurs maar goed voorzien terugkeren. Voor Ludovic is een nieuw harnas besteld, Sturdle heeft zijn wapenarsenaal uitgebreid en de nodige magische componenten zijn aangekocht.
Op aandringen van Brocéliande wordt ook een bezoekje aan de paardenmarkt gebracht die net die dag plaatsvindt. Ook hier heeft de groep succes: twee zwarte strijdrossen, luisterend naar de namen Donder en Bliksem wisselen van eigenaar, zodat respectievelijk Ludovic en Lyra voorzien zijn. Een witte merrie genaamd Sneeuw trekt de aandacht van Brocéliande, en ook voor Sturdle blijkt de verkoper een passend rijdier achter de hand te hebben: een woest uitziende strijdhond die door Sturdle Kroesjnoetsj gedoopt wordt.
In de tempel van Olidammara (de god van de dieven) doet Ludovic het verzoek de bibliotheek te mogen inzien. De ‘donatie’ die daar tegenover staat is echter torenhoog, dus hij houdt het zakelijk bij de aankoop van een scroll.
Sturdle stapt trefzeker herberg “Het Goede Leven” binnen – een heel wat minder hoogstaande uitspanning. De avonturiers bestellen een kroes bier en bestuderen onopvallend de gasten. Sturdle herkent in het midden van een groepje dwergen ineens Haldor, de meestersmid van Gramdall. Hij sputtert iets over ‘commercieel’ en ‘snobistisch’ en ‘mijn arme meester’ en beent grimmig op het groepje af. Hij spreekt Haldor in het Dwergs aan, en Brocéliande, die niet weet  wat er te gebeuren staat, gebruikt een toverspreuk om het gesprek te kunnen volgen. Sturdle beledigt Haldor eerst met de traditioneel zwaarst mogelijke belediging voor een Dwerg, en doet er dan nog een schepje bovenop door te beweren dat hij Haldor zo onder tafel zou kunnen drinken. De avonturiers zien met gemengde gevoelens aan hoe Sturdle ruim 15 kroezen bier achterover slaat en zowaar de meestersmid onder tafel drinkt.
Omdat uit hem allicht geen zinnig woord meer te krijgen valt, wendt Lyra zich tot een vrouwelijke dwerg die er zorgelijk bijzit. Zij blijkt Helga, de dochter van de meestersmid, en ze vertelt Lyra dat de dwergen allemaal van slag zijn door nieuws dat hen bereikt had toen ze in Libera aankwamen. Gramdall blijkt tijdens hun afwezigheid vernietigd te zijn, zodat ze nu thuisloos zijn. De dwergen, die onder normale omstandigheden al niet van schepen houden, zien het nu al helemaal niet meer zitten om over zee te reizen. Volgens hun geloof is het in roerige tijden niet heilzaam en zelfs gevaarlijk om beide voeten niet op de vaste grond te houden. Er is dus absoluut geen enkele manier waarop ze te overhalen zijn over zee te gaan. Helga voelt zich gerustgesteld door de verzekering dat de avonturiers hebben toegezegd het transport te begeleiden en ze spreken een ontmoetingsplek en dag af.

Dag 20 (donderdag 10 april)

De volgende dag blijkt het optreden van Brocéliande een dusdanig groot succes geweest dat de waard aanbiedt om de getroffen regeling verder te zetten. Hij heeft ook een brief voor haar die door een bewonderaarster is afgegeven. Brocéliande leest de brief en de anderen zien haar merkbaar schrikken. Ze is zo van slag dat ze de brief niet eens kan voorlezen maar gewoon doorgeeft. Die blijkt een nogal obsessieve boodschap te bevatten over het samenhoren “van A en B”.
Na enig aandringen vertelt ze dat precies deze stalkster haar had doen besluiten om haar geboortegebied te verlaten: voor die dag leefde en studeerde ze vreedzaam in het elfendorp Pimpona. Haar leven veranderde toen ze een concert ten beste gaf in een nabijgelegen mensenstad: vanaf die dag werd ze bestookt met brieven en cadeautjes die steeds enger werden. Brocéliande ontvluchtte uiteindelijk haar geboortestreek, en werd niet lang daarna door Calen op het eiland gedropt, wat haar niet echt slecht uitkwam: daar was ze tenminste veilig voor haar ongewenste aanbidster.
Nadat het gelach verstomd is, besluit de rest van de groep dat hier actie ondernomen moet worden. Na enig overleg komen ze tot het plan om de volgende dag na het optreden een afspraakje met Brocéliande te veilen: zonder enige twijfel zal haar stalkster zich wel geroepen voelen hierop in te gaan. Brocéliande stemt schoorvoetend in met dit plan.
Na het ontbijt splitst de groep zich op: Lyra begeeft zich naar haar kamer om de rituelen van een dag en een nacht te beginnen waardoor de havik die ze eerder had gered, haar familiar zal worden. Brocéliande trekt met de drakenbotten naar een instrumentenbouwer om te vragen of hij daar een lier van kan bouwen.
Ludovic is nog steeds geschokt door zijn belevenissen in de steeg en de tempel van Olidammara, en is niet af te brengen van het plan om hierover te gaan praten met de autoriteiten. Sturdle is ervan overtuigd dat hierbij wel wat te beleven zal zijn en vergezelt hem. Enige navraag leert hen dat ze bij de hoger gelegen burcht moeten zijn, en ze gaan op pad.
Wanneer Ludovic bij de burcht om een audiëntie verzoekt, wordt hij afgewimpeld door de wachter. Sturdle neemt daarop het voortouw en maant de wachter aan om ‘Heer Ludovic’ niet te laten wachten. De wachter valt niet te overtuigen en de twee druipen teleurgesteld af. Ze versagen evenwel nog niet en smeden een volgend plan: Ludovic marcheert weer naar de poort, nu echter geflankeerd door een geboeide Sturdle, die hij voorstelt als een gevaarlijk misdadiger. De wachter herkent het duo echter in een oogopslag en is niet onder de indruk van de vertoning. Hij dreigt hen allebei de kerker in te gooien, zodat ze onverrichterzake terugkeren. Ze nemen inmiddels wel de gelegenheid te baat om her en der reclame te maken voor de veiling van het afspraakje met Brocéliande.
In de herberg is Brocéliande inmiddels tevreden teruggekeerd: haar lier van drakenbeenderen zal gebouwd worden en wordt haar nagestuurd naar Sardal. Ze besluit Sturdle te vergezellen die wat wil gaan bijpraten met de dwergen.
Ludovic is inmiddels koppig van plan om toch iémand te interesseren voor de misstanden in de stad en gaat op zoek naar de tempel van Pelor, de zonnegod, in de buitenwijken van de stad. Hoewel de priesters aldaar hem gelijk geven, verkiezen zij toch om de wereld te veranderen door de kracht van het goede voorbeeld. Ludovic is hiermee niet geheel tevreden, maar is wel verheugd over het feit dat hij een middagje in de bibliotheek mag grasduinen.
Sturdle wordt inmiddels amicaal onthaald door de dwergen: hij heeft gisteren wel bewezen dat hij één van hen is. Ze zetten het onmiddellijk weer op een drinken. Brocéliande die het inmiddels bij een wijntje houdt, ziet het allemaal met enige zorgelijkheid aan. Ze kan zich dan ook net op tijd met een elegante sprong achter de bar verschansen wanneer Sturdle uit het niets besluit om iemand een dreun te verkopen en er, zoals dat nu eenmaal gaat, een gigantisch kroeggevecht ontstaat. Het meubilair vliegt al gauw door de kamer en Brocéliande hoort naast zich de herbergier binnensmonds vloeken.
Wanneer het stof weer is opgetrokken, zijn Sturdle en de dwergen dikke vrienden. De verontwaardigde herbergier wordt gekalmeerd door Sturdle die hem met een groots gebaar het vorstelijke bedrag van twintig goudstukken in de hand stopt. De man klaart er behoorlijk van op en nodigt Sturdle uit om vooral de rest van de tijd dat hij in de stad is, zijn herberg te blijven bezoeken om gratis te drinken. Behoorlijk aangeschoten laat Sturdle de herbergier nog beloven dat ze wanneer hij eenmaal vertrokken is, nog brieven zullen uitwisselen, voor Brocéliande hem veiligheidshalve met zachte maar kordate hand de herberg uit begeleidt: het is alweer bijna tijd voor haar volgende optreden.

XP
1,200 XP (300 XP per persoon)

Treasure
Jade (verkocht)
Red spinel (verkocht)
Tourmaline (verkocht)
Emerald (verkocht)
Scale mail armor (verkocht)
Chain shirt (verkocht)
Half-plate armor (verkocht)
Green dragon hide (verkocht)
Tanglefoot bag (gekocht)
Incense (gekocht)
Diamond dust (gekocht)
Potion of hide from undead (geïdentificeerd)
Potion of neutralize poison (geïdentificeerd)
Familiar ritual components (gekocht)
2 scrolls of shocking grasp (gekocht)
Scroll of dispel magic (gekocht)
Masterwork full plate armor (gekocht)
Masterwork spiked banded mail (gekocht)
Longspear (gekocht)
Masterwork handaxe (gekocht)
40 normal arrows (gekocht)
30 crossbow bolts (gekocht)
Manacles (average lock) (gekocht)
Heavy warhorse (gekocht)
Light warhorse (gekocht)
Light horse (gekocht)
Riding dog (gekocht)
4 military saddles (gekocht)
4 bits and bridles (gekocht)
4 saddlebags (gekocht)
Feed (gekocht)

Tekst: Petra Doom

maandag 21 november 2011

Originea

De kaart hieronder vertegenwoordigt jullie gecombineerde geografische kennis van het continent Originea. Alle plaatsen die jullie in jullie achtergrondverhalen hebben genoemd, zijn erin opgenomen, evenals jullie volgende reisdoel. Ik zal de kaart regelmatig updaten naarmate jullie meer en meer van Originea verkennen...

15 november 2011

Dag 20 (woensdag 9 april)

Als er de volgende ochtend nog niets in gebeurd, besluiten de avonturiers om zich samen naar de derde verdieping van de toren de teleporteren om Calen een lesje te leren. Brocéliande merkt Calen als eerste op. Calen weet zichzelf onzichtbaar te maken, maar wanneer hij tracht weg te sluipen, horen de avonturiers in welke richting hij sluipt. Ludovic roept een bloedhond op om Calen per geur op te sporen, en al snel weet de hele groep waar Calen zich verborgen houdt. Brocéliande wendt haar magie aan om Calen over de grond te doen rollen van het lachen, en niet veel later zit Calen zo als een rat in de val dat hij zichzelf weer zichtbaar maakt en om genade smeekt.
De avonturiers sparen Calens leven, maar eisen een verklaring voor zijn daden. Calen legt uit dat hij de artefacten, die in werkelijkheid geen artefacten zijn, in handen wilde krijgen om de werking ervan te achterhalen. Op die manier wilde hij zich tegenover zijn vader bewijzen, die hem altijd als een mislukkeling heeft beschouwd. Omdat hij zelf niet bij machte was om de monsters te verslaan die de magische voorwerpen bewaakten, haalde hij de avonturiers naar het eiland en bedacht hij een list om hen voor zijn karretje te spannen.
Als de avonturiers Calen naar de vrouw in de kerker vragen, lijkt Calen met stomheid geslagen. Sturdle teleporteert zich naar de hal van de toren, neemt de priesteres van het altaar en draagt haar mee naar boven. Calen heeft de vrouw nog nooit eerder gezien, maar wanneer Ludovic goed kijkt, ziet hij uiterlijke overeenkomsten tussen de vrouw en Calen.
De avonturiers zoeken tussen de restanten van de klok en vinden een stukje geslepen amber. Als ze het stukje amber in de oogholte van de slangenhalsband rond de nek van de priesteres plaatsen, komt de halsband los en ontwaakt de vrouw.
Een heugelijke hereniging tussen moeder en zoon, die door de toestand waarin de vrouw heeft verkeerd nog geen tien jaar in leeftijd verschillen, volgt. Daarna vertelt de priesteres, Dara geheten, dat de vader van Calen, een machtige tovenaar genaamd Ilmen Myirphathras, haar achtentwintig jaar geleden de halsband heeft omgedaan nadat zij zich tegen zijn plannen had verzet. De vier magische voorwerpen, vertelt ze, zijn een imitatie van de stukken van een machtig artefact dat in het begin der tijden door een god werd gebruikt om de wereld te scheppen. Ilmen wenst de stukken van het artefact te verzamelen en deze te gebruiken om de wereld te herscheppen en naar zijn hand te zetten.
Lyra schrikt bij het horen van de naam Myirphathras. Het is de naam van de familie van de vader die zij nooit gekend heeft, en na alles wat Dara over Ilmen heeft verteld, kan ze met zekerheid zeggen dat hij haar vader is. Als Dara de avonturiers vertelt dat Ilmen al één van de stukken van het artefact in handen heeft, haalt Lyra het betreffende stuk tevoorschijn en legt uit dat haar vader het bij haar moeder heeft achtergelaten en dat het na de verdwijning van haar moeder in haar bezit is gekomen.
Dara stelt voor dat de avonturiers zo snel mogelijk naar Originea terugkeren om de overige stukken van het artefact te vinden voordat Ilmen deze vindt. Zelf zal zij naar Pentara reizen om de hogepriesters van Boccob op de hoogte te brengen van het dreigende gevaar. Ze legt de avonturiers uit hoe ze de zegelring kunnen gebruiken om zich naar een leeg pakhuis in de haven van Libera, de grootste en machtigste handelsstad van Originea, te teleporteren. Alvorens hiertoe over te gaan, verplaatsen de avonturiers zich naar de oase om Umar ervan op de hoogte te brengen dat ze een manier hebben gevonden om van het eiland te ontsnappen.

XP
2,300 XP (575 XP per persoon)

Treasure
Masterwork studded leather armor
Amulet of natural armor +1
Masterwork longsword
Masterwork light crossbow
10 crossbow bolts
Potion of eagle’s splendor
Potion of tongues
3 potions of cure moderate wounds
Potion of fly
Wand of summon monster I (15 charges)

dinsdag 25 oktober 2011

Het eiland

Hierbij Mattias' interpretatie van de topografie van het eiland...