maandag 8 oktober 2012

25 september 2012

Voetstappen! Ludovic, Lyra en Brocéliande grijpen de wapens, en zien hoe enkele gewonde mannen de ruïne van de tempel van Pelor binnenstrompelen. De groene wapenrokken met zwarte raaf erop ten spijt, blijken de soldaten het strijdtoneel ontvlucht te zijn, en ze grijpen naar de wapens zodra ze horen dat de drie bondgenoten van Gerlach zijn.
Ludovic probeert hen nog te overhalen om geen geweld te gebruiken, maar de mannen zijn niet voor rede vatbaar. De overlopers stormen op Ludovic af en delen enkele rake klappen uit. Ludovic staat zijn mannetje en beschemt de vrouwen, maar doet dit letterlijk met lijf en leden. Hoewel ook Lyra en Brocéliande door hun beste krachten heen zijn, worden de verraders tenslotte met vereende krachten uitgeschakeld.
Ondertussen bekomt Sturdle in het kasteel van zijn woelige bestorming. Nu de strijd gaat liggen, komt bij hem ook het besef dat een dode Sturdle minder waard is dan een levende. Doodvermoeid zijgt hij neer bij de warmte van de centrale schoorsteen op de zolderverdieping en sluit zijn ogen voor een welverdiend en verkwikkend dutje.
Ook de andere drie helden moeten even bekomen, maar krijgen de kans niet. Opnieuw horen ze voetstappen, deze keer minder gejaagd. Het zijn enkele getrouwen die, nu de kust veilig is, de helden komen uitnodigen om de verovering van het kasteel te bespreken met kapitein Gerlach. Ze ruimen hun provisoir kampement op en trekken mee naar het kasteel, met een warmer bed in het vooruitzicht.
Sturdle, die een paar minuten slaap heeft gekregen, wordt inmiddels ook niet gespaard. Een soldaat maakt hem wakker met de boodschap dat kapitein Gerlach ook hem wil spreken. Maar de arme man zal niet snel meer een slapende gnoom proberen wakker te maken. Sturdle heeft namelijk geen zin in plichtplegingen, en wil vooral voortslapen.
Brocéliande, Ludovic en Lyra komen met hun beschermelingen door de grote poort naar binnen, en zien dat het hele kasteel ondertussen is bevrijd. De keukenmeiden zijn maar al te blij dat ze terug kunnen naar hun vertrouwde post, en ook vrouwe Lorena is dankbaar dat de onderdrukking voorbij is. Ze vergezelt de drie helden naar kapitein Gerlach, die hen hartelijk dankt voor hun onmisbaar aandeel in de overwinning.
De vrienden zijn echter in de eerste plaats bezorgd om Sturdle, ze zagen hem immers het laatst toen hij hinkend en op zijn laatste adem de strijd in trok. Een soldaat geeft schoorvoetend toe dat hij Sturdle niet kon overtuigen zich bij het overleg te voegen.
Helga, dochter van dwerg meestersmid Haldor, ziet haar kans en neemt twee pullen bier mee om Sturdle te overtuigen. Ze trippelt de trap op en weet Sturdle inderdaad met het bier te verleiden om haar naar beneden te volgen.
Ondertussen doet Gerlach het verhaal van de hobgoblins. Zij hebben zich verzameld, en zouden wel eens een bestorming kunnen plannen om het kasteel te heroveren. De helden schenken hem de overzichtskaart met kampementen die ze vonden en laten de militaire plannen voor wie daar beter voor geschikt is.
Wanneer Sturdle beneden aankomt, wordt hij met opgeluchte kreten onthaald. Het doet zijn vrienden goed te zien dat hij het inderdaad allemaal overleefd heeft. Niet van plan nu ineens het initiatief te verliezen, vraagt Sturdle meteen naar Bjorn. Wessel vertelt hem dat die beneden in de kerker zit opgesloten, waarop de uitgeputte gnoom zich zonder een woord naar beneden begeeft, op de voet gevolgd door een ietwat bezorgde Ludovic. In een variatie op het thema ‘goede wachter, kwaaie wachter’ ondervragen ze hem stevig, waarbij de mogelijkheid van Bjorns hoofd op een staak wordt afgewogen tegen de belofte van een eerlijk proces. Bjorn kiest eieren voor zijn geld, maar weet ook niet veel meer dan reeds bekend was.
Kapitein Gerlach moedigt de vier na deze episode aan om eindelijk rust te nemen in de soldatenbarakken, maar de vier overtuigen vrouwe Lorena om hen een zacht bed in de private vertrekken te gunnen. Sturdle schoffeert Helga tussen de bedrijven door lelijk wanneer de indeling van slaapplaatsen ter sprake komt, en zij laat duidelijk merken dat ze meer hoffelijkheid verwacht… Bij nader inzien beseffen ze alle vier dat hun wonden hen toch richting de barakken dwingen, gezien de ziekenboeg daar gevestigd is.

Dag 35 (woensdag 25 april)

In de ziekenboeg worden hun wonden zo goed als mogelijk verzorgd. Sturdle is het ergst gewond en blijft ook de volgende dag nog te bed. Maar ook hij kan zijn vreugde niet de baas als blijkt dat hun rijdieren allemaal terug te vinden zijn in de stallen van het kasteel – een feit dat Lyra hem kameraadschappelijk meedeelt door Kroesjnoetsj zijn kamer binnen te duwen. Het beest springt harig, kwijlend en buitengewoon enthousiast boven op zijn baasje, en is aldus een stimulans te meer tot spoedige genezing.
Kapitein Gerlach is onder de indruk van de capaciteiten van de helden, en vraagt hen om hulp bij de nakende hobgoblinaanval. Waarom zouden ze niet elk een regiment van vijftig soldaten en gewapende burgers leiden, en zo de vier toegangswegen tot het dorp bewaken?
De vier stemmen ietwat schoorvoetend in, en terwijl Sturdle herstelt, brengen de andere drie de dag door met het controleren van de barricaderingswerken en het geven van peptalks aan de bewapende burgers. Tegen de avond voegt hij zich bij zijn eigen contingent en laat zich voor de opzwepende toespraken bijstaan door Vito.

Dag 36 (donderdag 26 april)

Ludovic, die de westelijke ingang tot zijn rekening neemt, ziet de volgende ochtend een horde hobgoblins opmarcheren in de richting van Ravensteen. Maar net wanneer ze zich willen schrap zetten, lijkt het wel of de hobgoblins zich bedenken. Ze zetten koers weg van Ravensteen. Zijn ze afgeschrikt door het hoofd van Balderik, dat op een spiets boven de muren prijkt?
De ware reden wordt snel duidelijk. Een grote groep voetsoldaten komt Ravensteen tegemoet, onder leiding van paladijnen van Heironeous en Rode Ridders van Sardal. Dit moeten wel versterkingen zijn. De boodschapper die enige weken tevoren naar Sardal was gestuurd, heeft het dus toch gehaald! Met veel egards begeleidt Ludovic Frierune, de Grootmeester van de Orde van de Witte Vuist, toegewijd aan Heironeous, naar het kasteel van Ravensteen en de ontmoeting met Gerlach. De drie andere helden zien wel dat er iets gaande is, en sluiten zich bij het nieuwe overleg aan.
Wat blijkt? Deze riddermacht heeft al enkele hobgoblinkampen met de grond gelijk gemaakt, en zal het werk verderzetten totdat de hobgoblininvasie in Schemerwolde is uitgeroeid. De strijd is nog niet gestreden, maar de hobgoblins zijn bezig met een terugtrekkende beweging. Met deze nieuwe bondgenoten is de veiligheid voorlopig verzekerd, en kunnen de helden eindelijk terug op weg met de herwonnen wapens richting Sardal. Ze nemen afscheid van kapitein Gerlach en zijn gevolg en laden alle wapen terug op de karren.

Dag 38 (zaterdag 28 april) – Dag 47 (maandag 7 mei)

Een paar dagen later trekt de karavaan zich opnieuw op gang, samen met luitenant Wessel en de dwergen, alsmede twee gevangenen die in Sardal zullen berecht worden: graaf Bertram en de verraderlijke dwerg Bjorn. Ook vrouwe Lorena, die het proces van haar vader wil bijwonen, vergezelt hen naar de hoofdstad.
De reis verloopt voorspoedig, en na ruim een week komt de Ruiter in zicht. Deze rivier strekt zich uit van het grote meer waaraan Sardal gelegen is, tot aan de zee.
Ludovics hart maakt een sprongetje, want zijn geboortestadje Lorkel ligt ook aan deze rivier. Hier begon hij zijn avonturencarrière, en het doet deugd om eens terug op bekende bodem te zijn.

Dag 49 (dinsdag 9 mei)

Enkele dagen later rijden ze tegen de avond Lorkel binnen, dat duidelijk een havenstadje is dat floreert van de transithandel. Hun karavaan valt dus helemaal niet op.
Ludovic sleurt de helden mee naar de herberg (eveneens ‘de Ruiter’ geheten) waar hij in zijn eerste avonturendagen heel wat ‘tekenen van St. Cuthbert’ gezien heeft op de bodem van zijn glas. Het is een net etablissement, gepast voor reizende handelaars.
Sturdle daarentegen vindt er niks aan, ziet dat ook Helga niet helemaal in haar sas is, en grijpt zijn kans om één en ander goed te maken. Met een beetje schroom die zijn vrienden helemaal niet gewend zijn van deze taaie gnoom, maar aangemoedigd door Haldor, vraagt hij Helga of ze meegaat naar havenkroeg 'de Stinkende Aap'. Hij belooft haar zelfs een echt bargevecht.
De andere helden nippen van hun lekker wijntje maar het valt Ludovic op dat de waard erg zenuwachtig is. Ludovic spreekt hem aan en merkt dat er iets niet in de haak is.
Brocéliande is de meest oplettende van de drie, en ziet dat de waard zijn zoon wat in het oor fluistert en hoe die naar achter verdwijnt. Brocéliande vertrouwt het zaakje niet en rent naar de sanitaire voorzieningen. Daar maakt ze zich snel onzichtbaar en zet de achtervolging in.
De zoon van de waard is naar buiten geglipt en snelt in de richting van de tempel van St. Cuthbert. Brocéliande durft niet mee naar binnen uit schrik dat haar onzichtbaarheid zou uitgewerkt raken.
Net wanneer ze nadenkt over haar volgende stappen ziet ze de jongen weer naar buiten komen, maar vergezeld van een belangrijk uitziende persoon, met enkele tempelwachters erbij. Wanneer ze haar richting uitkomen, beseft ze dat er wel eens gevaar zou kunnen dreigen. Zo snel als haar benen haar kunnen dragen, spurt ze terug naar de herberg en waarschuwt Lyra en Ludovic.
Voor deze het goed en wel beseffen, staat de man in het harnas met de tempelwachters echter al bij hun tafel en proclameert hij: “Ludovic Brunswick, je wordt aangehouden voor moord en foltering!”
Ludovic herkent de emblemen van de kerk van St. Cuthbert, de ‘Schalen van de Balans’, en legt gedecideerd uit dat hij onschuldig is. Niet voor rede vatbaar slaan ze hem toch in de boeien. Ludovic gehoorzaamt aan de autoriteiten en volgt gedwee, maar Lyra en Brocéliande houden toch hun wapens in aanslag.
Ondertussen hebben Sturdle en Helga lekker gegeten, en hebben ze zodoende een goede basis gelegd om stevig wat bier te verzetten. Ze maken flink wat lol en Sturdle houdt zich aan zijn belofte: niet veel later vliegt het meubiliar in het rond.
Wanneer het stof weer gaat liggen, hebben ze beiden een grote glimlach op het gezicht, in schril contrast met dat van de herbergier. Maar ook zijn humeur verbetert als Sturdle twintig goudstukken bovenhaalt, wat normaliter voldoende is om de hele bar te kopen! Ze dwalen nog wat door de straten, laten luide boeren en duiken her en der nog eens een herberg binnen als ze terug dorst krijgen.
Brocéliande en Lyra zijn de stoet met Ludovic gevolgd tot bij de tempel van St. Cuthbert, en Lyra spreekt vastberaden een wachter aan, die ze om meer informatie vraagt. Wanneer die haar argwanend naar haar banden met de beklaagde vraagt, houdt ze zich aanvankelijk op de vlakte, maar verklaart zich later toch bereid om in Ludovics voordeel te getuigen. Daarop haalt de wachter iemand met meer gezag: vader Winfried. Deze aanhoort de steunbetuigingen van Lyra en Brocéliande, en vraagt hen of ze die de volgende dag op het proces willen herhalen. De twee stemmen hier onmiddellijk mee in.
Ludovic, de arme jongen, zit ondertussen in een koude donkere cel, ergens in de kerk van St. Cuthbert, wanneer een bekende figuur hem benadert. Het is vader Winfried, die uitleg komt vragen, maar toch is het Ludovic die het meest in de war is en antwoorden nodig heeft.
Vader Winfried kijkt raar op van zijn onwetendheid, en vertelt hem dat vader Arend, de voormalige mentor van Ludovic, werd vermoord met zijn eigen knots, en dat moeder Leah werd mishandeld. En er zijn getuigen die onder ede willen bevestigen dat Ludovic in beide gevallen de dader was!
Ludovic is ontsteld. Moeder Leah had hem in het weeshuis opgevoed alsof zij zijn moeder was, en vader Arend had hem onder zijn hoede genomen toen hij in de orde intrad. Beide personen liggen hem nauw aan het hart, en het treft hem dan ook diep te horen wat hen werd aangedaan.
Het proces, dat de volgende morgen gevoerd zal worden, ziet er niet goed uit voor Ludovic, maar vader Winfried, die in Ludovics onschuld gelooft, geeft hem een suggestie mee: hij kan een heilige eed afleggen, zodat St. Cuthbert zelf ontegensprekelijk over zijn schuld of onschuld kan oordelen…
Na zijn avondgebed, waarin Ludovic St. Cuthbert om steun heeft gevraagd op dit heikele moment, valt hij in een diepe slaap. Daarin krijgt hij een droom, die duidelijk een antwoord is van zijn god… Hij ziet zichzelf terug als leerling bij vader Arend, wanneer hij die de fles wijn laat zien die het laatste is dat hij van zijn vader heeft. In de droom hoort hij met nieuwe nadruk: “Materiële en sentimentele waarde… vertroebelen het ware zicht, mijn zoon…” Wanneer Ludovic wakker schrikt, beseft hij dat deze droom hem iets wil vertellen, maar de betekenis ontgaat hem. Hij heeft ook geen tijd meer om erbij stil te staan, want de wachters arriveren om hem naar de rechtzitting te brengen.

Dag 50 (woensdag 10 mei)

Grootinquisiteur Lamont, een hogepriester van de orde van St. Cuthbert, die reeds op vele exotische plaatsen de leer verkondigde, zit het proces voor. Als eerste roept hij de getuigen ten gunste van Ludovic op. Lyra en Brocéliande getuigen naar beste vermogen pro Ludovic. Maar na hen volgt een resem andere getuigenissen die ronduit vernietigend zijn.
Als laatste mag Ludovic zelf het woord nemen, en hij richt zich rechtreeks tot Grootinquisiteur Lamont. Hij pleit nogmaals onschuldig, en verklaart zich bereid om zelfs de heilige eed af te leggen.
Het publiek roert zich. De heilige eed! Je laat je niet zomaar door St. Cuthbert berechten… Als je onschuldig bent en je zweert trouw aan St. Cuthbert, dan ben je meteen gezuiverd van alle blaam, maar iedereen weet wat St. Cuthbert doet met zij die de wet overtreden...
Grootinquisiteur Lamont is deze optie wel genegen, en met de hand op de geschriften van St. Cuthbert zweert Ludovic de heilige eed. Hij wordt gelukkig niet ter plekke neergebliksemd, integendeel. Je zou zweren dat enkele zonnestralen de weg naar de kerk vonden en net op dit moment op Ludovic vallen om hem te zegenen.
Maar het is vooral diep vanbinnen dat Ludovic de zegen voelt. Gesterkt door zijn geloof, zijn heilige eed en de nabijheid van St. Cuthbert, staat hij op als een onschuldig man, maar met meer inzichten dan tevoren.
Hij dankt de Grootinquisiteur en belooft vader Winfried om de dood van vader Arend en de mishandeling van moeder Leah te onderzoeken.
Sturdle inmiddels, dwaalt weer door de straten. Zijn metgezellin (die de vorige avond, voor er nog maar sprake van overleg kon zijn over slaapvoorzieningen, de deur van haar kamer voor zijn neus had gesloten) heeft hij netjes weer bij de karavaan afgezet, en nu is hij op zoek naar zijn vrienden.
Luitenant Wessel en de dwergen vernemen met meegevoel het hele verhaal, maar zijn niet van plan om dit oponthoud nog langer te rekken. Al gauw zet de karavaan zich in beweging richting Sardal.

Dag 51 (donderdag 11 mei)

Halverwege de tweede dag die daarop volgt, bereiken ze de hoofdstad, die indrukwekkend lijkt dankzij de prachtige witte stenen omwalling die reflecteert in het Grote Meer. Ze trekken door tot aan een groot plein waar een indrukwekkend standbeeld van Sardal de Drakendoder staat. Daarachter verheft zich het koninklijk paleis.
Luitenant Wessel heeft een audiëntie met koning Eberhart II en verzoekt de helden hem te vergezellen. De koning, die nog geen twintig blijkt te zijn, wordt bijgestaan door een grijze raadsheer, heer Eldarc.
Luitenant Wessel wordt bedankt voor zijn escorte, en gepromoveerd tot kapitein. Zijn volgende opdracht bestaat er echter uit om de wapens per schip naar het front te brengen, en dus nemen ze afscheid van kapitein Wessel.
Ook de helden worden bedankt voor hun aandeel en naast een geldbuideltje voor bewezen diensten, heeft de koning nog een adelijke titel in petto. Een voor een worden de helden geridderd en dragen vanaf nu de titel: “Ridder in de Rode Orde”.
Zo fier als een gieter staan de helden buiten het paleis wat na te kaarten als iemand hen aanspreekt. Hij stelt zich voor als Floris de Hofbard, eveneens ridder in de Rode Orde, en raadt hen de herberg aan waar alle Rode Ridders verblijven: ‘De Rode Furie’. Een stevige maaltijd en zacht bed hebben ze nu wel verdiend. In ruil voor het relaas van hun wedervaren, trakteert Floris de vier helden op een uitgebreid maal, dat ze zich goed laten smaken.

XP
2,100 XP (525 XP per persoon)

Treasure
200 pp

Tekst: Mattias Dooreman

maandag 24 september 2012

12 september 2012

Eens Ludovic Sturdle heeft opgelapt, blijkt die helemaal geen trek meer te hebben in dit spelletje. De overige drie zijn nog aan het malen over de kwestie, maar Ludovic stelt voor dat ze inmiddels net zo goed het kasteel wat verder kunnen verkennen. Wie weet welke kennis nog boven water komt.
De avonturiers trekken naar de eerste verdieping. De eerste deur die ze proberen, blijkt te openen in de kunstkamer, die vol staat met bustes van leden van Huis Bertram. In het midden van de kamer staat een groot standbeeld van een krijger die het hart van een draak doorboort. Degenen met Sardaanse roots zien er meteen iets bekends in: het lijkt sprekend op het beeld van Sardal de Drakendoder in de hoofdstad. Brocéliande put uit haar kennis van de heldenzangen, en weet haar metgezellen de achtergrond van dit beeld te schetsen: Sardal en zijn gezellen wisten een eind te maken aan de Drakenoorlogen door de belangrijkste draken te doden. Het beeld van de latere koning Sardal, die het hart van Vuurvraat de rode draak doorboort, is daar tot op de dag van vandaag een herinnering aan.
Als ze scherper kijken, zien de vrienden echter dat het gezicht niet dat van Sardal is. Het blijkt daarentegen duidelijk de trekken van Huis Bertram te hebben, gelijkaardig aan die van de andere afgebeelde figuren in de kamer.
Lyra gebruikt haar magisch aangescherpte zintuigen om de aura van het beeld en de omringende kamer te scannen, maar treft geen spoor van magische resonantie. Sturdle, die geen last heeft van een dergelijke fijnzinnigheid, betast het beeld krachtdadig en probeert dan of hij het in beweging kan brengen. Maar ook hij krijgt nul op het rekest.
Dan maar richting de bibliotheek, waar Ludovic en Lyra elkaar verdringen bij het doorspitten van de aldaar opgeslagen kennis, die echter vooral om de plaatselijke politiek blijkt te draaien. Sturdle en Brocéliande stuiten inmiddels op een overzichtskaart van het gebied, waarop de hobgoblinkampen zijn aangeduid met pionnetjes. Sturdle stelt voor dat Brocéliande die wel even kan memoriseren, maar wanneer de bard daar zo haar twijfels bij heeft, merkt Lyra ze kort en goed met inkt aan op de kaart, die ze dan maar meenemen.
Terug naar het raadsel van de schilden. Terwijl Ludovic, Brocéliande en Lyra er hun hersens over breken, grijpen ze nog net Sturdle in de kraag die de voordeur uit wilde, om wat heisa te gaan schoppen in de soldatenkwartieren.
Morrend omdat de meerderheid dat geen goed idee vindt, gaat hij dan maar de zolder verkennen, die een lege ruimte blijkt, omheen een gigantische schouw. Een verdieping hoger komt hij op het dak terecht, vanwaar hij een goed uitzicht heeft op het omringende gebied: het dorp Ravensteen, ten noorden en zuiden de zee, en vanuit het oosten een riviertje dat in westelijke richting stroomt. Hij weet ook de locatie van de Pelor-tempel vast te stellen, waar de helden later nog een afspraak hebben te vervullen.
Inmiddels heeft de rest het raadsel gekraakt: de schilden moeten inderdaad ingedrukt worden, maar dan wel in een volgorde die twee kernbegrippen voor Huis Betram spelt: RAAF en WOLF. Dit blijkt inderdaad het gewenste effect te hebben: het grote reliëf in de hal opent zich, en er wordt een trap naar beneden zichtbaar. Brocéliande, die vandaag duidelijk in een voortvarende bui is, gaat meteen op verkenning.
Ze stuit meteen op de hoofdprijs: een grimmige Balderik staat klaar om haar een warm welkom te bereiden. Brocéliande ziet daar toch maar van af en neemt met Elfse snelheid de benen. Balderiks bliksemende speer kan haar niet van gedachten laten veranderen - ze zoekt ijlings dekking. Tevergeefs: iedereen staat even in zijn of haar laarzen te daveren.
Dat laten de vier niet zo maar over hun kant gaan, en Balderik krijgt magische projectielen, een werpspeer en niet te vergeten een woeste gnoom op zijn dak. Uit het duister doemt evenwel nog een figuur op: een priester van Hextor. Hij legt een beschermende kring rond Balderik.
De vier avonturiers zijn al wat vermoeid na deze lange dag, en dat laat zich voelen: Lyra heeft bijna geen magie meer over, Brocéliande zit zonder pijlen en Ludovic raakt met een forse uithaal de muur in plaats van Balderik. Intussen haalt de afvallige paladijn lelijk uit met zijn zwaard en wordt hij door de helende krachten van de priester bijgestaan.
Maar de vier versagen niet en houden in een heroïsche krachtsinspanning stand. Wanneer Brocéliande volslagen door het dolle heen Balderik dan maar met haar zwaard te lijf wil gaan, krijgt ze van haar vrienden extra pijlen toegestopt, zodat ze haar kruisboog kan blijven gebruiken. Een woest krijgslied zingend, laat ze haar pijlen zoeven.
De muziek boezemt ook de andere drie weer extra kracht in. Sturdle haalt verwoestend uit met hamer en bijl, Lyra vuurt zuurpijlen af en geeft Balderik een koekje van eigen deeg wanneer ze laat Aria als een blauw gloeiende schicht elektrische schokken op hem laat afsturen. Ludovic verzamelt alle kracht die hij nog in zich heeft, en doet een beroep op zijn godheid: “Bid in stilte, want mijn speer zal hard klinken!”, bulderend, doet hij deze slagzin van de Cuthbertanen alle eer aan, waarna Sturdle met een laatste klap Balderiks hersens laat rondspatten. Met de priester weten de avonturiers daarna snel korte metten te maken.
In de plotseling weergekeerde stilte gaan de avonturiers behoedzaam verder. Ze komen in een grote ondergrondse ruimte, met een hoog plafond, gesteund door dikke, vierkante pilaren. Aan weerszijden zijn de grafnissen van Huis Bertram te zien. Helemaal aan de overkant is een dubbele deur te zien, waarvoor een stenen baar staat, omringd met kandelaars. Daar treffen ze Vrouwe Lorena: het arme meisje, amper volwassen, is een hoopje ellende. Ludovic slaat onmiddellijk ridderlijk zijn mantel om haar heen, en stelt het angstige meisje gerust.
Vlakbij liggen de attributen voor het ritueel: een blinddoek, een brandmerk en een zweep. Gelukkig blijkt de schade nog relatief beperkt. Een voorzichtige ondervraging van Lorena leert hen dat ze hier verder alleen zijn. Het meisje vertelt dat ze al enige tijd verdenking koesterde dat de graaf haar moeder door zijn honden had laten verscheuren. Wanneer ze verneemt dat de graaf een weerwolf is, ziet ze haar vermoeden bevestigt, en meer dan dat: wellicht is het de graaf zelf geweest die haar dood heeft veroorzaakt.
Sturdle biedt aan om maar meteen gerechtigheid te laten geschieden. Lyra, die de zweep achter haar riem heeft gestoken, mompelt iets over misbruik van vrouwen en schurkachtige kerels, en stemt hartgrondig met Sturdle in. Vrouwe Lorena blijkt daar echter te zachtmoedig voor en vraagt de vier dringend om haar vader voor het gerecht van de koning te slepen, wat ze dan maar beloven.
En dan nu de geheime gang. Ook Lorena blijkt niet precies te weten waar die zich bevindt. In het dagboek van de graaf vindt Lyra nog een aantekening over een geheime ‘schatkist’. Het doorzoeken van de grote ruimte levert niets bijzonders op, dus richt iedereen zijn aandacht op de dubbele deuren achteraan. Een uitsparing daarop blijkt de sleutel te zijn: de medaille die de graaf rond zijn nek droeg, past er precies in. De deuren openen en in de ruimte daarachter zijn vier graftombes opgesteld, die van de eerste graven van Schemerwolde blijken te zijn.
Bij nader onderzoek komt aan het licht dat één van de tombes een stuk minder bestoft is dan de andere. Hij wijkt daarnaast ook af: de kroon die de afgebeelde graaf draagt is groter, en daarnaast houdt hij een koningsappel en scepter vast. Op de deksteen wordt hij betiteld als ‘Alarik I van Sardal’. De vier speculeren over de aspiraties van Bertram, terwijl Sturdle en Ludovic aan de steen sjorren tot die opzij schuift, met een luide knal tot gevolg. Wanneer ze bekomen zijn van de duizelingen en tuitende oren, treffen ze geen lichaam maar de verzamelde schatten van graaf Bertram in de tombe.
Inmiddels heeft Brocéliande met een bezwering een geheime deur gedetecteerd. In een nis in tegenover de ingang staat een beeld van de Engel des Doods, en precies daarachter voelt ze de aanwezigheid van de deur. Sturdle klimt fluks tegen het beeld op en tuurt in de kap, die leeg blijkt te zijn. Hij beweert echter dat hij niet goed kan zien of daar een hendel zit, en daalt weer af. Ludovic steekt manmoedig zijn hand in de kap, en treft meteen een hendeltje. Nog voor hij zijn bedenkingen heeft kunnen uitspreken bij het onvermogen van Sturdle, klinkt er een knersend geluid. Het beeld draait op zijn as en wordt vervangen door eenzelfde beeld – Ludovic is verdwenen. Aan de andere kant treft Ludovic een soortgelijke ruimte, met weer vier tombes, en een dubbele deur aan de andere kant van de ruimte, die niets anders dan de geheime uitgang kan zijn.
Zodoende rest er niets anders meer dan de tocht naar de tempel van Pelor aan te vatten. Sturdle gaat weliswaar eerst nog het keukenpersoneel waarschuwen dat er een invasie nakend is, en de bedienden besluiten om samen met de avonturiers door de gang te ontsnappen.  Ludovic en Sturdle sleuren de graaf, die nog steeds stevig gebonden is, met zich mee.
De deur komt uit aan de voet de heuvel waarop het kasteel is gebouwd. Vlak voor hen ligt een begraafplaats, met aan de andere kant ervan de afgebrande tempel, waar ze Gerlach, de kapitein van de wacht aantreffen. De uitgeputte avonturiers verschansen zich met Lorena en de graaf in de ruïnes van de tempel, terwijl de kapitein zich klaarmaakt om met zijn manschappen op te rukken door de geheime gang en het kasteel te heroveren.
Alleen Sturdle is koppig van plan om de bestorming niet te missen. Zonder zelfs maar zijn wonden te laten verbinden, hinkt hij met de troepen mee, weer richting de geheime gang. Zijn vrienden kijken hem met enige bezorgdheid na.
Gerlach stationeert Sturdle op het dak van het kasteel: aan hem de taak om de hoorn te steken wanneer Gerlach en zijn mannen de binnenplaats van het kasteel bestormen. Wanneer de kleine gnoom, die op pure wilskracht overeind blijft, uiteindelijk de hoorn kan steken, ziet hij ver onder zich uit alle huizen in het dorp inwoners stromen. Zwaaiend met geïmproviseerde wapens gaan ze de bezettingsmacht te lijf. Kort daarop komt ook kapitein Wessel hen met zijn mannen versterking bieden, en dan is het pleit snel beslecht...
Ludovic heeft inmiddels zijn laatste magische krachten gebruikt om enige extra beschutting te creëren in de ruïne, en samen met Lyra en Brocéliande trekt hij de wacht bij vrouwe Lorena op. Ze installeren zich en willen net wat gaan bekomen van hun avonturen, wanneer ze voetstappen horen naderen…

XP
9,600 XP (2,400 XP per persoon)

Treasure
1,300 gp
Spiked full plate
2 heavy steel shields
Amulet
Longsword
Masterwork composite longbow (+2 Str bonus)
10 normal arrows
2 potions of cure light wounds
2 potions of cure moderate wounds
2 scrolls of magic weapon
Dagger
3 flasks of unholy water
Silver holy symbol of Hextor
Full plate
Masterwork flail
Light crossbow
10 bolts
2 scrolls of cure light wounds
Wooden holy symbol of Hextor
6 torches
Golden circlet with four aquamarines
Quaal’s feather token (?)

Tekst: Petra Doom

woensdag 19 september 2012

Originea: The Movie

Petra en ik hebben hier al enige lol mee gehad, dus wil ik jullie de volgende vraag niet onthouden:

Als jullie (bekende) acteurs en actrices moesten casten om de rollen van Ludovic, Lyra, Sturdle en Brocéliande te vertolken in een verfilming van hun avonturen in Originea, wie zouden jullie dan casten en waarom?

Zo is Dave Legeno, die we afgelopen zondag op de Elf Fantasy Fair hebben gezien, bijvoorbeeld in de wieg gelegd voor de rol van Balderik: kaal, gespierd, en bekend van een andere schurkenrol (zij het dat hij in die rol zélf de weerwolf is)...

woensdag 22 augustus 2012

20 augustus 2012

Dag 34 (dinsdag 24 april)
 
De volgende ochtend worden de helden naar een kar gebracht waarvan een huif het zicht op de goederen ontneemt. Achteraan is handig een plekje vrij gehouden waar ze zich kunnen verbergen. Ludovic heeft wat moeite om met zijn harnas over de goederen heen te klauteren en een comfortabele houding te vinden. Sturdle daarentegen is met zijn kleinere gestalte veel beweeglijker, en heeft al gauw een vat met bier ontdekt. De dames maken het zich ook gemakkelijk en al gauw jaagt de boerenknecht vanop de bok het span aan. De reis naar het kasteel verloopt voorspoedig, behalve voor Ludovic, die moeite heeft met de kruik 'voor in noodgevallen'.
Maar de hobbelige rit is snel vergeten als ze de binnenplaats opdraaien. Als de kar tot stilstand komt en het zeil wordt weggetrokken, gebaart de knecht dat ze snel moeten uitstappen en wijst hij een kelderdeur aan waar ze binnen kunnen glippen. Sturdle is kennelijk wat verdwaasd van de reis en staat wat te drammelen, maar wordt snel onder de arm genomen. Lyra is als eerst bij de deur, en als ze die opent, voelt ze de koelte van het keldergat naar buiten stromen. Ze kan beter zien in het donker dan een gewoon mens, en weet nu dat dit een voorraadkelder is. Geen tijd voor versnaperingen, Sturdle!
De trap langs de binnenkant leidt naar de keuken, dat kan Sturdle met zijn fijnzinnige reukorgaan wel duidelijk ruiken. Veel beter dan de geur van worteltjes in de voorraadkelder! Lyra steekt voorzichtig haar hoofd door het valluik dat de keldertrap afsluit, en probeert een van de meiden die ze in de keuken aan het werk ziet te lokken. Maar het gerammel valt niet op in het heen en weer geloop van de keuken en ze besluit dan maar te voorschijn te komen. Met een smoes kan ze de hoofdkokkin tot bij de helden krijgen. Nadat die van haar schok bekomen is, kan ze de helden vertellen dat de graaf opgesloten zit in zijn eigen vertrekken op de tweede verdieping, maar die wordt bewaakt. Het gelijkvloers en de eerste verdieping zijn relatief veilig, behalve dan de centrale hal. Maar om helemaal op veilig te spelen, kunnen de helden misschien beter de dienstgangen gebruiken die de vele kamers met elkaar verbinden. Ook naar het lot van de dochter van de graaf wordt gevraagd, maar daarover kan de kokkin niet veel vertellen. Balderik, de dochter en een duistere persoon zijn plotsklaps verdwenen, en namen voor een week aan proviand mee. Niemand van de meiden weet waar ze nu zijn.
Sturdle is in een opperbeste bui, en neemt de dames op sleeptouw in zijn ontdekking doorheen het kasteel. Ze passeren de Grote Zaal, een salon, een werkkamer, en beginnen stillaan de opbouw van het kasteel te doorgronden. Sturdle vindt een perkament waarop de stamboom van Huis Bertram, de familie van de graaf, staat getekend, en deze familie blijkt al erg lang de plak te zwaaien in Ravensteen. Brocéliande zoekt actief mee naar geheime gangen, maar zonder succes. Ze mijden de centrale hal, want daar staan wachters. Ook de bibliotheek en de kunstgalerij kunnen niet bezocht worden uit schrik dat de wachters in de centale hal, die uitzicht heeft op een balustrade op de twee verdieping, hen zouden opmerken. Nadat de buurt verkent is, komen ze met een helder plan. Brocéliande kan zich onzichtbaar maken, en Ludovic spreekt een spreuk uit waardoor alle geluid rondom Brocéliande gedempt wordt. Ze kan niet meer zingen, maar ze maakt ook geen geluid meer. Ze rent in zeven haasten naar de tweede verdieping, ontwijkt de wachters die haar niet zien of horen, en vindt uiteindelijk de afgesloten dienstingang waarachter de rest van de groep verscholen zit. Van hieruit kan de deur gemakkelijk worden geopend, en de hele groep trekt verder op zoek naar de graaf. Langsheen de vertrekken van de gravin vinden ze hem eindelijk, gezeten in een mooie lederen zetel voor het haardvuur met zijn twee honden. Als Ludovic het woord neemt om hem te groeten en het goede nieuws van zijn redding te brengen, gebeurt er iets onverwachts.
De graaf beveelt zijn honden, die in werkelijkheid wolven blijken te zijn, om de helden op te peuzelen, en nog voor Ludovic het misverstand probeert uit te leggen ondergaat ook de graaf een transformatie tot wolf. Zwarte vacht springt vanonder zijn gewaad te voorschijn en zijn spiermassa lijkt te verdubbelen. Zijn ogen gloeien ziedend en het enige 'kledingstuk' dat zijn transformatie overleeft is een zwaar amulet rond zijn nek. Sturdle is van geen kleintje vervaart en snelt Ludovic ter hulp, Brocéliande heft een strijdlied aan en grijpt haar kruisboog. Lyra houdt zich gedeisd achter de mannen, en vuurt vandaar haar pijlen af. Geen gewone magische pijlen deze keer, maar pijlen gedrenkt in zuur! Na een korte maar intense strijd weet Sturdle de genadeklap te geven, en dodelijk gewond stort de graaf neer, terug in zijn menselijke gedaante. Ludovic stabiliseert de graaf zodat hij niet zou doodbloeden als er op de deur wordt gebonkt. De wachters in de gang hebben het gevecht gehoord, maar aarzelen om zomaar binnen te stormen. De helden proberen de wachters te overbluffen door de graag en zijn wolven na te bootsen, maar ze zijn niet overtuigend genoeg. Spreuken worden afgevuurd, schedels ingedeukt, en Broéeliande weet zelfs de kroonjuwelen van een hobgoblin te raken. Die valt dan ook, net als zijn collega's, spoedig neer, kermend van de pijn.
Nu de eerste verdieping lijkt opgekuist te zijn, gaan de helden op zoek naar aanwijzingen. Ze hadden helemaal niet verwacht dat de graaf in een weerwolf zou veranderen. Om hem toch te kunnen bevrijden, nemen ze zijn bewusteloze lichaam mee, terug naar de keuken. Lyra vindt zijn dagboek, maar ze heeft niet de tijd om hem volledig te lezen en
vliegt er snel even door, waarbij haar oog valt op een passage waarin de graaf beschrijft dat zijn dochter Lorena zal worden uitgehuwelijkt tegen haar wil. Om haar wil te breken, zal ze een zes dagen durend ritueel ondergaan. Dit schreef hij enkele dagen geleden, dus als de helden haar willen redden, zullen ze snel moeten zijn. Ze leren dat onder de
centrale hal een grafkelder moet liggen. Ze deponeren de naakte, bewustloze graaf bij de meiden in de keuken, waarvoor Ludovic zijn beste redenaarstalent moet boven halen om de meiden te overtuigen dat ze het goed menen.
Sturdle laat er echter geen gras over groeien. Nadat Ludovic hem extra spierkracht heeft gegeven, stampt hij de deur naar de centrale hal open. In geen tijd wordt de eerste wachter overmeesterd, en wederem weet Brocéliande enkele rake pijlen te schieten. Maar helaas, het waren ook haar laatsten, dus uit noodzaak trekt ze haar zwaard. Lyra heeft ook haar doelwit gevonden, drie zelfs. In een roterende beweging schiet ze haar magische pijlen af naar drie verschillende wachters. Eentje valt strijkdood, de andere wankelt nog maar net en de derde is ook goed geraakt. Ludovic en Sturdle ruimen de rest netjes op zonder al te veel moeite. Nu ze even uitblazen van het gevecht, kunnen ze de hal eens goed bekijken. Centraal op de vloer is een vierkant reliëf met het familiewapen en motto van de Bertram-bloedlijn, en de verbindingsgang tussen de hal en de Grote Zaal zijn versierd met de wapenschilden van de vier eerste graven van Schemerwolde, eveneens in reliëf. Helemaal uitgelaten betast Sturdle de schilden, en hij voelt dat die kunnen worden ingedrukt. Maar na de vierde springen ze terug, en een zwiepende val verwond Sturdle ernstig. Hier moeten de helden even niet sterk maar slim zijn, en ze buigen hun hoofden over het raadsel...

XP
7,900 XP (1,975 XP per persoon)

Treasure
500 gp
Cloth of gold vestments
Solid gold idol (10 lb.)
Potion of remove fear
Potion of resist electricity 10

Tekst: Mattias Dooreman

dinsdag 21 augustus 2012

In de hal van kasteel Ravensteen...

Op een grote, vierkante steen in het midden van de betegelde vloer van de inkomhal is in reliëf het familiewapen van Huis Bertram weergegeven. Onder het wapenschild is de spreuk van Huis Bertram gegraveerd:

Ons bloed getuigt van een oeroud verbond

De muren van de korte gang die van de inkomhal naar de dubbele deuren van de Grote Zaal leidt, zijn versierd met wapenschilden die de persoonlijke emblemen voeren van de vier eerste graven van Schemerwolde, eveneens in reliëf. Onder elk wapenschild is de naam, het geboortejaar en het sterfjaar van de graaf in kwestie weergegeven:

Alarik Othmar Bertram (148 – 212 ND)
Rambert Wigmar Bertram (180 – 225 ND)
Alarik Ludolf Bertram (199 –  256 ND)
Filibert Ferdinand Bertram (248  – 302 ND)

dinsdag 10 april 2012

22 maart 2012

Vermoeid en wel besluiten de avonturiers niettemin om meteen richting het kamp te trekken waar de resterende wagen moet staan, in de hoop daar ook hun paarden aan te treffen. Wanneer ze in de verte hun doel ontwaren, wordt het deel van de karavaan dat reeds gered is, op veilige afstand verborgen.
In de vallende schemering sluipen de vier voorzichtig naderbij. In de verte ontwaren ze een steengroeve, waar ook slaven tewerkgesteld worden.
Er wordt besloten tot een eerste plan van aanpak: verkenning. Brocéliande maakt zichzelf met een spreuk onzichtbaar en sluipt zo zachtjes mogelijk het kamp in. Wanneer ze een schuur ziet, probeert ze door een kier te gluren om te zien of daar een spoor van Sneeuw te vinden is. Ze krijgt helaas geen goed beeld, maar hoort wel paardengeluiden en put daar hoop uit. Veel verder komt ze niet voor een wachter verdachte geluiden hoort. Ze houdt zich muisstil tot hij weer wegloopt, en moet dan haastig het kamp verlaten voor haar spreuk is uitgewerkt.
Sturdle waagt een tweede poging. Hij slaat een onzichtbaarheidsdrankje achterover en laat zich ook nog een brouwsel toestoppen dat zijn sluipkunsten moet verbeteren. Aanvankelijk heeft hij inderdaad meer succes dan Brocéliande: in de schuur kan hij een grote, levenloze vorm ontwaren. Hij weet onopgemerkt te blijven, en besluit, daardoor aangemoedigd, om ook de nabij opgezette tenten nader te gaan inspecteren. Sturdle komt veilig in de buurt, en merkt op dat er voedsel wordt uitgedeeld, maar niets naar de schuur wordt gebracht: daar zitten allicht geen gevangenen opgesloten.
Wanneer hij om de tenten heen wil sluipen, struikelt hij plots. De wachter die zo-even al Brocéliande hoorde, is nu helemaal achterdochtig. Hij gaat op het geluid af en Sturdle moet uiteindelijk de vlucht nemen, maar maakt gebruik van een list: hij imiteert een huilende wolf. De wachter trapt erin en laat hem ontkomen.
Met de informatie die Brocéliande en Sturdle verzameld hebben, proberen de vrienden tot een vervolgplan te komen. Iedereen is het erover eens dat de wagen heroverd en de gevangenen bevrijd moeten worden, en Ludovic drukt erop dat dan tevens de andere slaven bevrijd kunnen worden.
Uiteindelijk komen ze tot de gedachte om nogmaals een list te hanteren: Lyra zal haar magie gebruiken om zichzelf te veranderen in een hobgoblin. Uit de wagens van de karavaan wordt een wapenrusting samengesteld die de indruk moet wekken dat ze een hooggeplaatste officier van Balderik is.
Wanneer dit plan met algemene goedkeuring is aangenomen, slaan ze een kamp op voor de nacht en nemen een welverdiende rust.

Dag 33 (maandag 23 april)

De volgende morgen wordt het plan in werking gezet. Hobgoblin-Lyra voert Ludovic mee, die geboeid is, en een zogezegd bewusteloze Sturdle over zijn schouder draagt. De twee poseren als haar gevangenen; op die manier kunnen ze haar bijstand verlenen, mocht het hele plan in duigen vallen.
Bij het kamp gekomen, weet Lyra de wachters met een arrogant air te overtuigen van het feit dat ze een bode van Balderik is met belangrijke bevelen: ze moet onmiddellijk alle slaven en de ontbrekende wagen tot bij hem in Ravensteen brengen. Het feit dat ze te voet gekomen is, wijt ze aan Ludovic en Sturdle: twee struikrovers die haar paard gedood hebben, maar die ze wist te overmeesteren.
De wachters geloven haar wel, maar voelen zich niet gekwalificeerd om haar met de gevangenen en de wagen te laten vertrekken. Ze verwijzen haar naar hun chef, die zich aan de overkant van de steengroeve moet bevinden. Het spant er even om wanneer een hobgoblin haar naar haar stam van herkomst vraagt. Hobgoblin-Lyra smoort alle vragen in de kiem onder het motto dat nu immers iedereen Balderik trouw heeft beloofd, en dat ze bovendien geen tijd heeft voor geklets.
Ze slaagt er niet in de wachters ervan te overtuigen dat ze de gevangen Ludovic en Sturdle best bij zich zou houden en ziet zich gedwongen de twee achter te laten. Ondanks Sturdle en Ludovic, die onopvallend tekens maken dat misschien beter voor het alternatieve plan (aka ‘sla zoveel mogelijk tegenstanders de schedel in voor ze beseffen wat hun overkomt’) kan worden overgegaan, besluit Lyra het er toch op te wagen.
Terwijl Lyra door de groeve loopt, herkent ze enige mannen onder de slaven, waaronder luitenant Wessel. Ze kan hen echter in haar huidige vorm niet laten merken dat ze hen te hulp komt. Bij de overkant aangekomen, treft ze een soort grot, die ze na enige aarzeling betreedt. In de grot treft ze niemand minder dan Bjorn, die de meestersmid en zijn gevolg aan het werk heeft gezet: ze moeten voor hem graven in de nabijheid van wat een reuzenskelet lijkt.
Lyra steekt nogmaals haar verhaal af, en voegt er in een vlaag van inspiratie aan toe dat Bjorn en zijn mannen worden geacht zich naar Steenbrug te begeven voor nieuwe orders. Bjorn laat zich echter niet zo makkelijk overtuigen, wanneer blijkt dat ze geen geschreven orders kan overleggen. Haar poging ook dit op de overval door struikrovers te schuiven, mislukt aanvankelijk. Wanneer ze zich echter zonder verpinken naar de uitgang begeeft met de belofte dat ze dan wel nieuwe orders haalt, en dat Bjorn degene zal zijn die dit tijdsverlies zal moeten bekopen, krijgt die toch de schrik te pakken. Hij drijft de dwergen naar buiten, en geeft zijn mannen de opdracht om Lyra’s bevelen uit te voeren.
Alles verloopt voorspoedig, maar dan komt Bjorn tot de conclusie dat het toch wel erg gevaarlijk zou zijn om dit hele konvooi slaven onder leiding van slechts één hobgoblin weg te sturen. Hij wil haar dus op zijn minst enkele van zijn mannen meegeven. Lyra ziet geen fatsoenlijke manier om dit af te wimpelen en dankt hem dus schijnheilig voor deze geste.
De kar wordt voorgereden en Ludovic en Studle worden erop gegooid. Lyra beseft ietwat laat dat de paarden helemaal vergeten zijn in dit plan, wanneer ze Bjorn op Donder ziet stijgen, terwijl hij zijn mannen verzamelt om richting Steenbrug te trekken. In extremis weet ze nog één paard – Sneeuw – los te krijgen als vervanging voor haar eigen rijdier dat door de struikrovers verloren is gegaan. De rest moet ze met spijt in het hart achterlaten.
De twee groepen zetten zich in tegenovergestelde richtingen in beweging, en wanneer ze ver genoeg van elkaar verwijderd zijn, geeft Lyra Ludovic en Sturdle een teken: ze verandert weer in zichzelf. De twee springen overeind en geholpen door een paar magische projectielen maken ze korte metten met de verbijsterde soldaten. De gevangenen hebben geen idee wat er gebeurt, maar de drie kunnen hen al snel geruststellen. Ze zetten koers naar de verborgen karavaan en treffen daar ook Brocéliande en Vito, die hen kunnen melden dat Bjorn en de rest van het detachement inderdaad allemaal richting Steenbrug zijn getrokken.
 Wessel is een en al dankbaarheid nu zijn kostbare karavaan in weer in veiligheid is. Nadat hij het relaas van de gebeurtenissen heeft gekregen van de avonturiers – die uiteraard het toonbeeld van bescheidenheid zijn met betrekking tot hun rol – doet hij op zijn beurt zijn verhaal. Tijdens zijn gevangenschap heeft Wessel kennisgemaakt met een soldaat van de graaf, die hem heeft verteld dat er een georganiseerd verzet bestaat tegen Balderik. Luitenant Wessel ziet onmiddellijk een juiste koers: met de wapens van de karavaan kan het verzet bijgestaan worden, zodat Sardal weer een stukje veiliger is.
Ludovic, als Sardaan, ziet wel wat in dit plan: de orde herstellen is voor een dienaar van St. Cuthbert een geknipte taak. Vito is er helemaal voor om Schemerwolde weer veilig voor reizigers te maken en Brocéliande kan het allemaal niet zoveel schelen, nu ze Sneeuw weer terug heeft gevonden (ze geeft Lyra amper de gelegenheid om vrijwillig afstand te doen van het rijdier). Sturdle en Lyra laten zich na enig tegenwerpingen ook overhalen.
De hele groep zet dus koers naar het hoofdkwartier van het verzet: een versterkte boerderij. Onderweg merken ze dat het heuvelachtige landschap steeds vlakker wordt, tot het alleen nog maar zacht glooit. Sturdle gaat intussen weer verbroederen met de dwergen, die de mond vol hebben over die schoft van een Bjorn. Wanneer Sturdle hoort dat de dwergen voor Bjorn aan het schatgraven waren, vormt hij het vaste plan de steengroeve ooit terug op te zoeken: wie weet wat er nog te vinden is. Hij weet Brocéliande zover te krijgen dat ze de plaats in kwestie nauwkeurig in haar geoefende geheugen opslaat.
Wanneer de gebouwen opdoemen, besluiten Ludovic, Lyra en Brocéliande om voor alle zekerheid op voorverkenning te gaan. Bij de poort van de omwalling worden ze te woord gestaan door een zekere Boris. Ludovic tracht hem zó omzichtig uit te horen dat Boris bijna weigert hen binnen te laten. Uiteindelijk weet hij toch de plooien weer glad te strijken, en Boris laat hen binnen voor een gesprek met zijn vader alsmede de leider van het verzet: Joris Vlasbaard.
Joris, die de karavaan met wapens uiteraard graag ziet komen, stelt hen nader op de hoogte van de situatie: Graaf Bertram en zijn dochter zijn gevangenen van Balderik, opgesloten in het grafelijke kasteel van Ravensteen. In het dorp Ravensteen heeft het verzet een informant en bondgenoot: de voormalige kapitein van de wacht, die heeft weten te ontglippen toen zijn mannen opgepakt en tot slaaf gemaakt werden.
Joris Vlasbaard zelf heeft Balderik ervan weten te overtuigen dat hij, als inner van taksen en tienden, vooral om zijn inkomsten denkt en zich niks aantrekt van wie er op het kasteel de lakens uitdeelt. Op die manier heeft hij het verzet een schitterend hoofdkwartier geschonken: de tiendenschuur biedt meer dan voldoende voorraden om het gedurende een lange tijd uit te zingen.
Daar hebben de avonturiers wel oren naar, en terwijl de karren van de karavaan worden leeggehaald, en vervolgens weer op pad gestuurd om een dwaalspoor te creëren, laten de vrienden zich een stevig maal welgevallen.
Terwijl ze eten, weet Joris hen tot medewerking te bewegen in een gewaagd plan dat enkel met hun hulp kan slagen. Hij wil hen het kasteel binnensmokkelen op een voedseltransport. Eenmaal binnen moeten ze hun kunde aanwenden om de graaf en diens dochter, die als gijzelaars worden vastgehouden, te bevrijden en via een geheime gang in veiligheid te brengen. Eens dat gebeurd is, staat niets Joris en zijn bondgenoten nog in de weg om een aanval op het kasteel te openen.
Sturdle en Ludovic voelen eigenlijk niet zo veel voor een geruisloze aftocht: liever willen ze, terwijl ze dan toch in het kasteel zijn, alvast zoveel mogelijk tegenstand de kop indrukken. Joris maant tot voorzichtigheid: het leven van de gijzelaars staat op het spel. Er worden wat wenkbrauwen gefronst over de graaf die kennelijk tot zo een loyaliteit weet te inspireren, maar schoorvoetend stemmen de twee in met dit concept. Wel besluiten ze om een stevig touw mee te nemen, dat eventueel nog dienst kan doen bij een onverwachte exit voor de één of ander…

XP
4,400 XP (1,100 XP per persoon)

Tekst: Petra Doom

woensdag 4 april 2012

What D&D Character Are You?

Ik weet zeker dat jullie deze bijna allemaal al een keer hebben gemaakt, maar ik kwam hem onlangs weer tegen en ben erg benieuwd wat er bij jullie uitkomt. Vul de test naar waarheid in en zet de uitkomst in een reactie...

What D&D Character Are You?