dinsdag 10 april 2012

22 maart 2012

Vermoeid en wel besluiten de avonturiers niettemin om meteen richting het kamp te trekken waar de resterende wagen moet staan, in de hoop daar ook hun paarden aan te treffen. Wanneer ze in de verte hun doel ontwaren, wordt het deel van de karavaan dat reeds gered is, op veilige afstand verborgen.
In de vallende schemering sluipen de vier voorzichtig naderbij. In de verte ontwaren ze een steengroeve, waar ook slaven tewerkgesteld worden.
Er wordt besloten tot een eerste plan van aanpak: verkenning. Brocéliande maakt zichzelf met een spreuk onzichtbaar en sluipt zo zachtjes mogelijk het kamp in. Wanneer ze een schuur ziet, probeert ze door een kier te gluren om te zien of daar een spoor van Sneeuw te vinden is. Ze krijgt helaas geen goed beeld, maar hoort wel paardengeluiden en put daar hoop uit. Veel verder komt ze niet voor een wachter verdachte geluiden hoort. Ze houdt zich muisstil tot hij weer wegloopt, en moet dan haastig het kamp verlaten voor haar spreuk is uitgewerkt.
Sturdle waagt een tweede poging. Hij slaat een onzichtbaarheidsdrankje achterover en laat zich ook nog een brouwsel toestoppen dat zijn sluipkunsten moet verbeteren. Aanvankelijk heeft hij inderdaad meer succes dan Brocéliande: in de schuur kan hij een grote, levenloze vorm ontwaren. Hij weet onopgemerkt te blijven, en besluit, daardoor aangemoedigd, om ook de nabij opgezette tenten nader te gaan inspecteren. Sturdle komt veilig in de buurt, en merkt op dat er voedsel wordt uitgedeeld, maar niets naar de schuur wordt gebracht: daar zitten allicht geen gevangenen opgesloten.
Wanneer hij om de tenten heen wil sluipen, struikelt hij plots. De wachter die zo-even al Brocéliande hoorde, is nu helemaal achterdochtig. Hij gaat op het geluid af en Sturdle moet uiteindelijk de vlucht nemen, maar maakt gebruik van een list: hij imiteert een huilende wolf. De wachter trapt erin en laat hem ontkomen.
Met de informatie die Brocéliande en Sturdle verzameld hebben, proberen de vrienden tot een vervolgplan te komen. Iedereen is het erover eens dat de wagen heroverd en de gevangenen bevrijd moeten worden, en Ludovic drukt erop dat dan tevens de andere slaven bevrijd kunnen worden.
Uiteindelijk komen ze tot de gedachte om nogmaals een list te hanteren: Lyra zal haar magie gebruiken om zichzelf te veranderen in een hobgoblin. Uit de wagens van de karavaan wordt een wapenrusting samengesteld die de indruk moet wekken dat ze een hooggeplaatste officier van Balderik is.
Wanneer dit plan met algemene goedkeuring is aangenomen, slaan ze een kamp op voor de nacht en nemen een welverdiende rust.

Dag 33 (maandag 23 april)

De volgende morgen wordt het plan in werking gezet. Hobgoblin-Lyra voert Ludovic mee, die geboeid is, en een zogezegd bewusteloze Sturdle over zijn schouder draagt. De twee poseren als haar gevangenen; op die manier kunnen ze haar bijstand verlenen, mocht het hele plan in duigen vallen.
Bij het kamp gekomen, weet Lyra de wachters met een arrogant air te overtuigen van het feit dat ze een bode van Balderik is met belangrijke bevelen: ze moet onmiddellijk alle slaven en de ontbrekende wagen tot bij hem in Ravensteen brengen. Het feit dat ze te voet gekomen is, wijt ze aan Ludovic en Sturdle: twee struikrovers die haar paard gedood hebben, maar die ze wist te overmeesteren.
De wachters geloven haar wel, maar voelen zich niet gekwalificeerd om haar met de gevangenen en de wagen te laten vertrekken. Ze verwijzen haar naar hun chef, die zich aan de overkant van de steengroeve moet bevinden. Het spant er even om wanneer een hobgoblin haar naar haar stam van herkomst vraagt. Hobgoblin-Lyra smoort alle vragen in de kiem onder het motto dat nu immers iedereen Balderik trouw heeft beloofd, en dat ze bovendien geen tijd heeft voor geklets.
Ze slaagt er niet in de wachters ervan te overtuigen dat ze de gevangen Ludovic en Sturdle best bij zich zou houden en ziet zich gedwongen de twee achter te laten. Ondanks Sturdle en Ludovic, die onopvallend tekens maken dat misschien beter voor het alternatieve plan (aka ‘sla zoveel mogelijk tegenstanders de schedel in voor ze beseffen wat hun overkomt’) kan worden overgegaan, besluit Lyra het er toch op te wagen.
Terwijl Lyra door de groeve loopt, herkent ze enige mannen onder de slaven, waaronder luitenant Wessel. Ze kan hen echter in haar huidige vorm niet laten merken dat ze hen te hulp komt. Bij de overkant aangekomen, treft ze een soort grot, die ze na enige aarzeling betreedt. In de grot treft ze niemand minder dan Bjorn, die de meestersmid en zijn gevolg aan het werk heeft gezet: ze moeten voor hem graven in de nabijheid van wat een reuzenskelet lijkt.
Lyra steekt nogmaals haar verhaal af, en voegt er in een vlaag van inspiratie aan toe dat Bjorn en zijn mannen worden geacht zich naar Steenbrug te begeven voor nieuwe orders. Bjorn laat zich echter niet zo makkelijk overtuigen, wanneer blijkt dat ze geen geschreven orders kan overleggen. Haar poging ook dit op de overval door struikrovers te schuiven, mislukt aanvankelijk. Wanneer ze zich echter zonder verpinken naar de uitgang begeeft met de belofte dat ze dan wel nieuwe orders haalt, en dat Bjorn degene zal zijn die dit tijdsverlies zal moeten bekopen, krijgt die toch de schrik te pakken. Hij drijft de dwergen naar buiten, en geeft zijn mannen de opdracht om Lyra’s bevelen uit te voeren.
Alles verloopt voorspoedig, maar dan komt Bjorn tot de conclusie dat het toch wel erg gevaarlijk zou zijn om dit hele konvooi slaven onder leiding van slechts één hobgoblin weg te sturen. Hij wil haar dus op zijn minst enkele van zijn mannen meegeven. Lyra ziet geen fatsoenlijke manier om dit af te wimpelen en dankt hem dus schijnheilig voor deze geste.
De kar wordt voorgereden en Ludovic en Studle worden erop gegooid. Lyra beseft ietwat laat dat de paarden helemaal vergeten zijn in dit plan, wanneer ze Bjorn op Donder ziet stijgen, terwijl hij zijn mannen verzamelt om richting Steenbrug te trekken. In extremis weet ze nog één paard – Sneeuw – los te krijgen als vervanging voor haar eigen rijdier dat door de struikrovers verloren is gegaan. De rest moet ze met spijt in het hart achterlaten.
De twee groepen zetten zich in tegenovergestelde richtingen in beweging, en wanneer ze ver genoeg van elkaar verwijderd zijn, geeft Lyra Ludovic en Sturdle een teken: ze verandert weer in zichzelf. De twee springen overeind en geholpen door een paar magische projectielen maken ze korte metten met de verbijsterde soldaten. De gevangenen hebben geen idee wat er gebeurt, maar de drie kunnen hen al snel geruststellen. Ze zetten koers naar de verborgen karavaan en treffen daar ook Brocéliande en Vito, die hen kunnen melden dat Bjorn en de rest van het detachement inderdaad allemaal richting Steenbrug zijn getrokken.
 Wessel is een en al dankbaarheid nu zijn kostbare karavaan in weer in veiligheid is. Nadat hij het relaas van de gebeurtenissen heeft gekregen van de avonturiers – die uiteraard het toonbeeld van bescheidenheid zijn met betrekking tot hun rol – doet hij op zijn beurt zijn verhaal. Tijdens zijn gevangenschap heeft Wessel kennisgemaakt met een soldaat van de graaf, die hem heeft verteld dat er een georganiseerd verzet bestaat tegen Balderik. Luitenant Wessel ziet onmiddellijk een juiste koers: met de wapens van de karavaan kan het verzet bijgestaan worden, zodat Sardal weer een stukje veiliger is.
Ludovic, als Sardaan, ziet wel wat in dit plan: de orde herstellen is voor een dienaar van St. Cuthbert een geknipte taak. Vito is er helemaal voor om Schemerwolde weer veilig voor reizigers te maken en Brocéliande kan het allemaal niet zoveel schelen, nu ze Sneeuw weer terug heeft gevonden (ze geeft Lyra amper de gelegenheid om vrijwillig afstand te doen van het rijdier). Sturdle en Lyra laten zich na enig tegenwerpingen ook overhalen.
De hele groep zet dus koers naar het hoofdkwartier van het verzet: een versterkte boerderij. Onderweg merken ze dat het heuvelachtige landschap steeds vlakker wordt, tot het alleen nog maar zacht glooit. Sturdle gaat intussen weer verbroederen met de dwergen, die de mond vol hebben over die schoft van een Bjorn. Wanneer Sturdle hoort dat de dwergen voor Bjorn aan het schatgraven waren, vormt hij het vaste plan de steengroeve ooit terug op te zoeken: wie weet wat er nog te vinden is. Hij weet Brocéliande zover te krijgen dat ze de plaats in kwestie nauwkeurig in haar geoefende geheugen opslaat.
Wanneer de gebouwen opdoemen, besluiten Ludovic, Lyra en Brocéliande om voor alle zekerheid op voorverkenning te gaan. Bij de poort van de omwalling worden ze te woord gestaan door een zekere Boris. Ludovic tracht hem zó omzichtig uit te horen dat Boris bijna weigert hen binnen te laten. Uiteindelijk weet hij toch de plooien weer glad te strijken, en Boris laat hen binnen voor een gesprek met zijn vader alsmede de leider van het verzet: Joris Vlasbaard.
Joris, die de karavaan met wapens uiteraard graag ziet komen, stelt hen nader op de hoogte van de situatie: Graaf Bertram en zijn dochter zijn gevangenen van Balderik, opgesloten in het grafelijke kasteel van Ravensteen. In het dorp Ravensteen heeft het verzet een informant en bondgenoot: de voormalige kapitein van de wacht, die heeft weten te ontglippen toen zijn mannen opgepakt en tot slaaf gemaakt werden.
Joris Vlasbaard zelf heeft Balderik ervan weten te overtuigen dat hij, als inner van taksen en tienden, vooral om zijn inkomsten denkt en zich niks aantrekt van wie er op het kasteel de lakens uitdeelt. Op die manier heeft hij het verzet een schitterend hoofdkwartier geschonken: de tiendenschuur biedt meer dan voldoende voorraden om het gedurende een lange tijd uit te zingen.
Daar hebben de avonturiers wel oren naar, en terwijl de karren van de karavaan worden leeggehaald, en vervolgens weer op pad gestuurd om een dwaalspoor te creëren, laten de vrienden zich een stevig maal welgevallen.
Terwijl ze eten, weet Joris hen tot medewerking te bewegen in een gewaagd plan dat enkel met hun hulp kan slagen. Hij wil hen het kasteel binnensmokkelen op een voedseltransport. Eenmaal binnen moeten ze hun kunde aanwenden om de graaf en diens dochter, die als gijzelaars worden vastgehouden, te bevrijden en via een geheime gang in veiligheid te brengen. Eens dat gebeurd is, staat niets Joris en zijn bondgenoten nog in de weg om een aanval op het kasteel te openen.
Sturdle en Ludovic voelen eigenlijk niet zo veel voor een geruisloze aftocht: liever willen ze, terwijl ze dan toch in het kasteel zijn, alvast zoveel mogelijk tegenstand de kop indrukken. Joris maant tot voorzichtigheid: het leven van de gijzelaars staat op het spel. Er worden wat wenkbrauwen gefronst over de graaf die kennelijk tot zo een loyaliteit weet te inspireren, maar schoorvoetend stemmen de twee in met dit concept. Wel besluiten ze om een stevig touw mee te nemen, dat eventueel nog dienst kan doen bij een onverwachte exit voor de één of ander…

XP
4,400 XP (1,100 XP per persoon)

Tekst: Petra Doom

woensdag 4 april 2012

What D&D Character Are You?

Ik weet zeker dat jullie deze bijna allemaal al een keer hebben gemaakt, maar ik kwam hem onlangs weer tegen en ben erg benieuwd wat er bij jullie uitkomt. Vul de test naar waarheid in en zet de uitkomst in een reactie...

What D&D Character Are You?

donderdag 8 maart 2012

9 februari & 6 maart 2012

Dag 28 (donderdag 18 april)

‘s Ochtends blijkt dat Sturdle niets van zijn vastberadenheid verloren heeft. Hij heeft maar amper het ontbijt achter de kiezen wanneer hij alweer aan de rots hangt te bengelen. Lyra probeert hem enige moeite te besparen door Aria op verkenning te sturen, maar krijgt alleen gevoelens van herkenning door van haar havik. Sturdle voelt zich daardoor alleen maar aangemoedigd en klimt ondanks de nodige valpartijen koppig verder. Eenmaal boven aangekomen treft hij weliswaar een gezellig nest maar komt verder van een kale reis thuis. Met een paar roekeloze sprongen klimt/stort hij weer naar beneden, waar Ludovic hem met enige afkeuring weer oplapt.
De rest van de dag blijven de helden gespaard van verrassingen en tegen de avond slaan ze hun sobere kamp maar op, waarbij Ludovic, Sturdle en Lyra enige jaloerse blikken werpen op de slaapvoorzieningen van Brocéliande.

Dag 29 (vrijdag 19 april) - Dag 30 (vrijdag 20 april)

De volgende morgen wordt de groep alweer wakker in een druilerige motregen die niet veel doet om hun humeur te verbeteren. Ze vertrekken maar zo vroeg mogelijk en trachten dankbaar te zijn om het feit dat ze toch proviand hebben kunnen meenemen. De rest van de dag en de daaropvolgende dag sjokken ze verder, hun ogen op het spoor gericht.

Dag 31 (zaterdag 21 april)

Tegen de middag van wat alleen maar beschreven kan worden als de zoveelste achtervolgingsdag, zien de avonturiers in de verte een grote stenen brug. Lyra weet hen te vertellen dat deze brug het schiereiland van Libera verbindt met Sardal, waarvan het gescheiden wordt door een zeearm. Deze naam doet bij Brocéliande een belletje rinkelen en ze vergast de rest van de groep op een stukje geschiedenis omtrent het ontstaan van de brug en het erbij horende dorpje Steenbrug. De brug is afgesloten met een groot valhek, bewaakt door twee wachttorens.
De vier proberen tot een plan van aanpak te komen. Uiteindelijk spreekt Brocéliande vanuit de verte een spreuk over de wachters uit die hen wat slaperig maakt. Vervolgens stapt de groep nonchalant naar de poort toe om inlichtingen in te winnen en doortocht te vragen.
De wachters ontzeggen de avonturiers de toegang en beweren dat de weg op bevel van de koning is afgesloten. De vrienden geloven er niks van en Ludovic besluit tot een andere tactiek: hij tracht één wachter met klinkende munt tot meer meegaandheid te bewegen. Deze betoont zich hevig verontwaardigd en de situatie dreigt uit de hand te lopen.
Sturdle en Lyra gaan op diverse fronten tot actie over. Terwijl de wachter afgeleid is door zijn discussie met Ludovic, begint Sturdle – inmiddels geoefend in kunst van het klimmen – aan een klautertocht die hem via de pijlers onder de brug door aan de andere kant van het valhek moet brengen.
Lyra wendt inmiddels haar magische krachten aan om de wachter onder haar betovering te brengen: de wachter meent in haar prompt een langverloren vriendin te herkennen en is meteen een stuk toeschietelijker. Hij bevestigt hun vermoeden dat de gestolen karavaan door Steendorp is getrokken en gaat akkoord om het hek voor hen te openen. Terwijl hij naar het mechaniek vertrekt dat daarvoor moet zorgen, slaat de andere wachter, die uit zijn sluimer is ontwaakt, echter alarm.
De avonturiers worden bestookt met speren en pijlen door de wachter en toestormende goblins, maar slagen erin korte metten met hen te maken. Inmiddels is het hek omhoog getakeld en kunnen ze Steendorp binnenstappen. Daar worden ze door een niet bepaald vriendelijke bugbear opgewacht, maar die is geen partij voor onze helden. Sturdle is inmiddels via een luik onder het wachthuisje uitgekomen en steekt net op tijd zijn hoofd boven om de bugbear het onderspit te zien delven.
Wanneer de groep het dorpsplein nadert, lijkt dat verlaten. Ineens echter horen ze vanuit de dorpsherberg een gezang opklinken. Brocéliande luistert aandachtig en haar muzikale gevoel brengt het timbre van de stem al snel thuis als dat van Vito.
Sturdle, nog opgefokt en teleurgesteld dat hij het hele gevecht gemist heeft en Lyra, die haar toverstokjes en andere attributen node begint te missen, concluderen meteen dat Vito de vuile verrader is die de poorten van de Haven voor het gespuis had opengezet en willen wraakzuchtig de herberg in de fik steken om hem een koekje van eigen deeg te geven. Brocéliande is ontzet door het barbaarse idee en Ludovic maant de twee tot kalmte: tenslotte is door niets bewezen dat Vito er voor iets tussen zat en St. Cuthbert kan er niet mee instemmen dat onschuldige zielen zouden worden verbrand. Mokkend stemmen de twee heethoofden ermee in om eerst uit te zoeken wat er gaande is.
Er wordt besloten dat Sturdle een omtrekkende beweging zal maken, terwijl de rest van de groep de herberg frontaal benadert. Ludovic stapt met vriendelijke groet de herberg in, maar die besterft hem op de lippen wanneer hij de situatie in ogenschouw neemt: de zingende Vito blijkt een vastgebonden bundel en de rest van de gelagzaal is gevuld met wachters, goblins en achter de bar een bugbear.
Terwijl beide partijen een ogenblik van de verrassing bekomen, verandert Vito subtiel zijn lied naar een loflied op kroeggevechten, en de avonturiers voelen met de muziek extra kracht in zich stromen.
De wachters springen vanachter hun bier overeind en vallen de binnenkomers aan. Ludovic en Brocéliande aarzelen geen moment, trekken hun wapens en gaan ze te lijf. Lyra merkt dat haar magische kracht begint te tanen en grijpt naar haar kruisboog. Ze zoekt rugdekking en bestookt de goblins met pijlen.
Vito kan terecht over de vreugden van de overwinning zingen: de tegenstanders mogen dan wel hun best doen, maar Ludovic zet de toon door met één formidabele klap van zijn knuppel een wachter de hersens in te slaan. Diens toestormende kameraden wacht een soortgelijk lot.
Brocéliande heeft intussen haar magische gaven gebruikt om de bugbear een bijzonder geslaagde grap te vertellen die hem hulpeloos over de grond laat rollen van het lachen. Wanneer de bard iets te dicht in de buurt van een woest rondknuppelende Ludovic komt, wordt ze tot haar ontzetting bespat met de schedelinhoud van een gesneuvelde boef.
Sturdle is intussen ongemerkt de herberg binnengeslopen via de achteruitgang en kijkt vreemd op wanneer hij vanachter een deur een laag en brullend gelach hoort. Hij trekt de deur open en treft daar de over de grond rollende bugbear aan. De gnoom hoort het tumult in de gelagkamer en springt zonder aarzelen over de bugbear heen op de toog. Wanneer hij ziet dat zijn makkers de boel onder controle hebben, stort hij zich op het nahikkende wezen.
Terwijl Ludovic door middel van een magisch versterkte klap afrekent met de aanvoerder van de wachters, raakt de kleine gnoom, gewapend met zwaard en schild, verwikkeld in een heroïsche strijd met de twee keer zo grote bugbear. Die moet het ontgelden dat Sturdle welhaast het hele kroeggevecht had gemist en stort al gauw levenloos ter aarde.
Nu de herberg is schoongeveegd, wordt Vito losgemaakt. Hij betoont zich erg dankbaar en vertelt de avonturiers wat er die nacht eigenlijk is voorgevallen. Blijkt dat Bjorn, de lijfwacht van de meestersmid, verraderlijk de poorten had geopend voor de hobgoblins. Vito weet hen ook te vertellen dat het gebied waarin ze zich nu bevinden – het graafschap Schemerwolde – sinds kort in handen is van hobgoblins, die aangevoerd worden door een afvallige paladijn: Balderik. Daarnaast heeft hij ook goed geluisterd naar de plannen met het konvooi en kan met enige zekerheid voorspellen waarheen het zal worden gevoerd: een kamp in de nabijheid.
Brocéliande kan zijn kennis over het graafschap bevestigen en aanvullen: ze blijkt bijzonder goed op de hoogte van de geschiedenis van het graafschap: ooit was Schemerwolde één groot woud, waarin geregeld houthakkers verdwenen, volgens de verhalen slachtoffers van weerwolven. Uiteindelijk slaagde een ridder van Sardal van huis Bertram, die “de Raaf” werd genoemd, erin om het gebied van de plaag te verlossen. Als dank kreeg hij Schemerwolde als graafschap. Een nazaat van hem, een teruggetrokken man, regeert nog steeds over het gebied.
Na enig overleg besluiten de avonturiers om het aanbod van Vito aan te nemen: hij kent het gebied goed, en wil hen via binnenwegen naar een plek brengen waar ze het gestolen konvooi in een hinderlaag kunnen lokken en heroveren.
Ze besluiten geen tijd te verliezen en onmiddellijk te vertrekken, maar niet dan nadat ze de herberg hebben doorzocht en de bijeengeroofde edelstenen en het goud van de boeven hebben geconfisqueerd. Ludovic steekt ook een setje dobbelstenen op zak dat volgens hem vast nog wel eens van pas komt op een saaie avond. Het geginnegap van Sturdle en Brocéliande “of St. Cuthbert dit wel kan goedkeuren” laat hij zo goed mogelijk van zich afglijden.
Wanneer de avond valt, is de voorgenomen plek voor de hinderlaag volgens Vito helaas nog een paar uren stappen verder. De vier zijn na de bewogen dag erg vermoeid, maar besluiten om niettemin door te zetten: het zou verkieslijk zijn als ze kunnen overnachten op de juiste plek, om bij het ochtendgloren meteen de hinderlaag te kunnen opzetten.
De komende uren proberen de avonturiers met wisselend succes de kracht te vinden om door te zetten. Aanvankelijk hebben vooral Ludovic en Brocéliande het moeilijk. Lyra weet Brocéliande op te fleuren met de gedachte dat ze steeds dichter bij de herovering van Sneeuw komt, en dat lijkt te werken. Ludovic blijkt voorbij enige motivering te zijn en sleept zich verder. Ook Sturdle begint door zijn energie heen te raken.
Naarmate de nacht donkerder wordt, beginnen ze allevier de moed te verliezen: steeds vaker struikelt iemand van vermoeidheid, met de nodige schrammen en blauwe plekken tot gevolg. Tijdens een van die buitelingen ziet Ludovic ineens achter een steen een pad zitten. Ervan overtuigd dat dit een vingerwijzing van St. Cuthbert is, pakt hij het nietsvermoedende beest op. De arme pad schrikt zich wild, en Ludovic ziet dat zich een merkwaardig slijmlaagje over de pad ontwikkelt. Gesterkt in zijn vermoeden dat hem hier een goddelijke hulplijn wordt toegeworpen brengt hij ondanks de walgende uitroepen van zijn makkers de pad naar zijn mond en likt de naar zijn mening medicinale laag van de pad af.
Het duurt niet lang voor Ludovic de meest merkwaardige visioenen krijgt: opgezweept door onmogelijke kleuren en beelden begeeft hij zich weer op pad. Lyra knapt weer helemaal op van het vooruitzicht op entertainment en volgt geïnteresseerd de brabbelende Ludovic. Sturdle, bezorgd om zijn strijdmakker, hijst zich ook weer overeind en ook hij gaat hem achterna. Er blijft Brocéliande niets anders over dan achter de rest aan te strompelen.
Wanneer Vito uiteindelijk aangeeft dat ze op de plek van bestemming zijn aangekomen, valt Ludovic zonder verder commentaar ter plekke in slaap. Brocéliande, die nog amper op haar benen kan staan, volgt zijn voorbeeld, nadat ze met een laatste uiterste krachtsinspanning hun slaapplek nog magisch afgegrensd heeft.

Dag 32 (zondag 22 april)

De volgende morgen is Sturdle vroeg uit de veren en tracht Vito te gaan verrassen, maar die blijkt reeds monter met een kop thee in de hand te zitten wachten. Ludovic zegt inmiddels in zijn ochtendlijke gebed St. Cuthbert dank voor zijn interventie en drukt zijn voornemen uit de pad bij zich te houden. Ook Lyra en Brocéliande zonderen zich even af om hun magische krachten te focussen.
Na een vlug ontbijt verkennen ze de omgeving: de weg waarlangs de karavaan zal passeren, loopt door een kloof. Er wordt druk overlegd over de beste manier om de hinderlaag te leggen, maar uiteindelijk besluit de groep om in de kloof een versperring op te werpen. Daarna delen ze zich op aan weerszijden van de kloof om zo van bovenaf een verrassingsaanval te kunnen lanceren: Brocéliande en Sturdle aan de ene kant, en Ludovic, Lyra en Vito aan de andere kant.
Tijdens het wachten inspecteren de helden de wapens die ze de vorige dag veroverd hebben. Daaronder is een zwaard waarvan het lemmet een merkwaardige glans heeft. Sturdle herkent het als ‘koud staal’ – een probaat middel tegen feeënwezens. Brocéliande gordt het om, in de overtuiging dat deze eigenschap nog wel eens van pas zal komen.
Lyra laat Aria een stukje terugvliegen in de richting waaruit de karren moeten komen, en krijgt via haar een indruk van de naderende karavaan door. De groep gaat verdekt op de rotswand liggen. Ludovic heeft met wat takken een camouflage gecreëerd waarachter Lyra op de uitkijk ligt. Wanneer de karavaan de versperring opmerkt en halt houdt, geeft ze Ludovic een teken, en geeft ook de groepsleden aan de overkant via een bezwering een gefluisterd startsignaal.
De helden springen overeind en lanceren hun verrassingsaanval. Ludovic roept de hulp van St. Cuthbert in om iedereen met grotere trefzekerheid te bezielen, en zijn god ziet weer eens met goedgunstig oog op hem neer. Vito zet uit volle borst een strijdlied in dat extra kracht door ieders ledematen laat vloeien.
Sturdle en Brocéliande vuren pijlen af en Lyra laat haar magie los. Een ogenblik later liggen enige hobgoblins levenloos op de grond. De andere hobgoblins zijn in verwarring, proberen met speren de helden af te schrikken, maar dat heeft niet veel effect. Twee reusachtige afgerichte wolven daarentegen schieten razendsnel elk naar een kant en doemen al gauw bovenaan de helling op.
Terwijl Lyra met haar magische projectielen nog de kloof aan het schoonvegen is, krijgt Ludovic de volle kracht van de aanval aan hun zijde over zich heen. De gigantische muil sluit zich om hem heen, nog voor hij een magisch aura ter bescherming om zich heen kan oproepen. Zijn geloof laat hem echter ook deze keer niet in de steek, en een spreuk doet hem plots in grootte verdubbelen. Vito snelt naderbij om de gigant te helen en met vernieuwde krachten stort Ludovic zich weer in de strijd, die voor de wolf niet goed afloopt.
Aan de overkant inmiddels krijgen Brocéliande en Sturdle het lastig. De andere wolf krijgt Sturdle lelijk te pakken, terwijl Brocéliande haar best doet om hen de hobgoblins met pijlen van het lijf te houden. Uiteindelijk moet ze haar kruisboog laten vallen en haar zwaard trekken, waar ze aanvankelijk wat aarzelend mee zwaait. Sturdle, die grommend en grauwend de wolf zoveel mogelijk schade toebrengt, vindt nog de tijd en adem om haar enige bemoedigende kreten toe te brullen.
Ludovic maakt van zijn lengte gebruik om haastig af te dalen om aan de overkant hulp te gaan bieden. Lyra vuurt een magisch projectiel af op de gigantische wolf af die Sturdle in zijn greep heeft, terwijl Vito aan hun eigen zijde een aanrennende hobgoblin met een spreuk op de vlucht jaagt.
Net voor Ludovic met reuzenstappen de overkant bereikt, weet Sturdle het laatste restje leven uit de monsterlijke wolf te wringen. Brocéliande rijgt intussen met een onverwacht vertoon van driestheid “voor Sneeuw!” de laatste hobgoblin aan haar zwaard. Sturdle, bezaaid met bijt- en klauwsporen, wordt door Ludovic weer opgelapt, en ook Lyra en Vito komen naar de overkant voor een spoedoverleg. Ze zijn het eens dat de gevluchte hobgoblin tot elke prijs uitgeschakeld moet worden, voor ze de hele bezettingsmacht van Schemerwolde over zich heen krijgen.
Lyra, die het minst gehavend uit de strijd is gekomen, krijgt van Brocéliande een magisch vliegdrankje en weet de vluchteling in te halen. Ietwat vermoeid heeft ze het erg lastig om vanuit deze ongebruikelijke positie goed te mikken, maar ze heeft het verrassingseffect aan haar zijde, en na enige missers weet ze de hobgoblin uit te schakelen.
Eenmaal teruggekeerd wacht haar de verheugende mededeling dat hun reispakken in één van de wagens lagen. Daarmee zijn ze toch iets beter toegerust voor het vervolg van hun avontuur…

XP
7,000 XP (1,750 XP per persoon)

Treasure
1,800 gp
120 pp
Moss agate
Brass mug with jade inlays
Masterwork cold iron longsword
Scroll of chill touch
Scroll of reduce person
Scroll of resist energy
+1 heavy mace

Tekst: Petra Doom

donderdag 26 januari 2012

Dramatis personae

Hierbij een overzicht van de personages die jullie op jullie avonturen hebben ontmoet of waarover jullie een en ander aan de weet zijn gekomen. Ik zal het overzicht regelmatig updaten.

Atilda - Een dyade die de hulp van de avonturiers verzocht om de rust in haar domein te herstellen. 
Balderik - Een afvallige paladijn van Heironeous, die door de koning van Sardal vogelvrij is verklaard. 
Bertram - De Graaf van Schemerwolde. 
Bjorn - De verraderlijke lijfwacht van Haldor.
Calen - Een half-elf bard die de spelers deed geloven dat hij een god was. De zoon van Ilmen en Dara en halfbroer van Lyra.
Dara - Een zondige hogepriesteres van Boccob. De moeder van Calen.
Eberhard I - Een koning van Sardal die omkwam in de nog altijd woedende oorlog tegen de orks. De grootvader van de huidige koning.
Eberhard II - De koning van Sardal.
Haldor - Een dwergse meestersmid.
Helga - De dochter en beste leerling van Haldor.
Ilmen - Een machtige elfentovenaar die de wereld wenst te herscheppen. De vader van Calen en Lyra.
Miyrphathras - De familienaam van Ilmen.
Puk - Een gevleugeld elfje.
Sven - Een leerling van Haldor.
Umar - Een janni die de werelden afreist en handelt in magische voorwerpen.
Vito - Een vriendelijke, bereisde half-elf marskramer die door de avonturiers uit de klauwen van een groep goblins werd gered.
Wessel - Een luitenant van het Sardaanse leger die de opdracht kreeg om het transport van een vracht wapens van Libera naar Sardal te overzien.

donderdag 19 januari 2012

12 januari 2012

Dankzij de voorzienendheid van Ludovic is het kamp gerieflijk en comfortabel. Iedereen kan zich opfrissen, een lekker maal wordt bereid, en Sturdle graaft met graagte sanitaire putjes voor wie dat wil, helaas niet steeds op intelligent gekozen plaatsen. Onder andere luitenant Wessel fulmineert als hij in het donker zijn voeten misplaatst.

Dag 24 (maandag 14 april)

De volgende ochtend doet iedereen zijn rituelen, behalve de gnoom, die belast wordt met het inpakken van de tenten en moppert dat hij ook eens z’n neus in de boeken moet steken. Het landschap blijft heuvelachtig en eerder monotoon. Toch blijven de helden waakzaam en Wessel gespannen. Het is dan ook met opluchting dat hij een vesting in de verte waarneemt, een toevluchtsoord voor reizigers dat gewijd is aan de reizigersgod Fharlanghn. De wagens worden op de binnenplaats gereden, en de vier vrienden staan even te kijken van de onderling sterk gelijkaardige klederdracht van de toegewijden. Ze trekken zich terug in de herberg en maken het zich comfortabel, in zoverre dat gaat in het sober ingerichte etablissement. De maaltijd die wordt aangeboden is voedzaam, en Ludovic begaat bijna de vergissing om zich ietsje te goedkoop van de vrijwillige bijdrage  voor het voedsel af te maken. Er worden pogingen ondernomen om de priesters en Vito te leren kennen. Die eersten vertellen over hun manier van leven, over hoe ze vrijheid  boven alles belangrijk vinden, en hoe ze de vele toevluchtsoorden van hun god onderhouden. Er is ook slecht nieuws dat ze meebrengen van hun reizen, namelijk over de verwoesting van Gramdall, een machtige dwergenstad onder de gelijknamige berg, maar dat is al gekend door de helden en door de dwergen. De half-elf daarentegen bevestigt de achterdocht die de dwergen voor hem koesteren door vaag te blijven over zijn persoon en zijn afkomst. Ook de kapel, waar Ludovic zich terugtrekt voor zijn meditatie, is in de sobere stijl ingericht. Het enige verschil is een standbeeld van Fharlanghn, de linkerhand boven de ogen gehouden om de einder af te zoeken en wandelstaf in de rechterhand, met achter zich een beschilderde muur met daarop een weg in een glooiend  landschap. De anderen bouwen een leuker feest in de herberg waar ze de enige gasten zijn, met de muziek van Brocéliande en het bier van “Het Goede Leven”, geschonken als dank voor de gastvrijheid. Sturdle en Lyra maken een rondje op de muren van het oord, waar Aria, de havik, wordt uitgelaten. Alles lijkt rustig in de nacht, en het konvooi legt zich te slapen.
Die nacht echter schrikt Brocéliande wakker door lawaai op de binnenplaats. Een enorme troep mensachtige wezens is bezig alle soldaten van Wessel te overmeesteren. In paniek maakt ze Lyra wakker en stormt dan naar de herenslaapkamer, waar ze zonder gevoel voor etiquette Sturdle en Ludovic wakker maakt. Als echte mannen springen die uit hun bedden, beseffen ze dat ze niet passend gekleed zijn en beginnen elkaar in hun harnassen te hijsen. Ondertussen zijn de wezens de herberg ook binnengedrongen. Gretig naar wraak vanwege het verstoren van de nachtrust wordt korte metten gemaakt met de indringers, hoewel de helden beseffen dat de overmacht wellicht te groot is. De dwergen zijn verdwenen uit de herberg, dat is een slecht teken. Enkele van Wessels mannen liggen dood op de grond op de binnenplaats. Een zware stem, afkomstig van een geharnaste man op een paard, sommeert de helden naar buiten te komen. In volle haast wordt het plan opgesteld dat Brocéliande haar onzichtbaarheid aanwendt om te ontsnappen aan gevangenname. De anderen wordt alles afgenomen behalve hun kleren en op bevel van de ruiter in de kapel opgesloten. Van op een afstand ziet Brocéliande hoe de wezens de karren met dwergenwapens meenemen, gevolgd door een stoet gevangenen, en hoe ze daarna aan een grondige vernieling beginnen door de kapel in brand te steken. Binnenin zoeken Ludovic, Sturdle en Lyra koortsachtig naar een oplossing voor hun situatie.
Inmiddels moet Brocéliande machteloos en met lede ogen aanzien hoe, binnenin de kapel haar vrienden gebraden worden. Ze brengt zichzelf in veiligheid, merkt dat ze te vermoeid is om het schouwspel gade te slaan, en hoopt op een blije afloop.

Dag 25 (maandag 15 april)

Als ze wakker wordt smeult de kapel nog na. Tussen de overblijfselen vindt ze echter geen aangebrande lijken, dus begint ze te porren op zoek naar een gang. Opeens ziet ze wat het standbeeld van Fharlanghn lichtjes bewegen, hoewel de beweging geblokkeerd is door een balk van het plafond. Met een hefboom krijgt ze die weg, en opeens opent ook voor haar het altaar, waar een fris uitgeslapen Ludovic haar begroet. Hij was het die een inscriptie vond op het altaar die reizigers in problemen adviseerde om “de weg de tonen aan Fharlanghn om obstakels te overwinnen”. Sturdle kreeg een ingeving en draaide het standbeeld om zijn as, op dezelfde manier als de bard zonet deed, totdat het keek naar de weg op het paneel erachter. Het altaar schoof weg en onthulde een trap die naar beneden ging. Vol zorgen over het lot van Brocéliande maar met  evenveel zorgen over hun eigen hachje hadden de drie geen andere keuze om af te dalen. Binnenin het heiligdommetje vonden ze een voorraadkamer met enkele wapens , proviand en een kistje met geld, allemaal sfeervol verlicht door een eeuwig brandende fakkel. Zij brachten er de nacht door. Sturdle, met gezond dwergenverstand,  vraagt aan Brocéliande of zij zou kunnen zoeken naar de tweede uitgang, en inderdaad, een geheime deur opent en leidt naar de uitgang van een natuurlijke grot.
Vol goede moed en met een vlaagje nostalgie zetten de helden de achtervolging in. Het is al snel duidelijk dat de voorsprong van de wezens eerder groot is, hoewel ze in de juiste richting van het normaal af te leggen pad gaan. De dag eindigt.

Dag 27 (woensdag 17 april)

Op de avond van de tweede achtervolgingsdag worden de helden opgeschrikt door een schreeuw van een griffioen, die weinig tevreden is met kamperende indringers. Het vliegende wezen brengt enkele rake klappen toe maar gaat neer, dankzij de toverkrachten van Lyra en ondanks het klunzige optreden van Sturdle met zijn vechtstaf. De doodschreeuw lokt echter een tweede griffioen, en die peuzelt ei zo na het groepje op. Ludovic gaat neer en Sturdle is stervensdood. Iedereen is in slechte toestand, maar net op tijd kan Brocéliande met een drankje Ludovic bij zijn positieven brengen, en hij wendt zijn goddelijke krachten aan om Sturdle van de rand van de afgrond weg te halen. De held weet echter niet wat rust betekent en tracht de heuvelkam op te klimmen om het griffioenennest te bezichtigen. Helaas merkt hij dat de kracht in zijn armen verdwenen is en valt terug naar beneden. De anderen halen hem vol bezorgdheid over om toch maar even te recupereren.

XP
3600 XP (900 XP per persoon)

Treasure
Dagger
Club
Quarterstaff
Spear
Sling
10 sling bullets
Light crossbow
10 crossbow bolts
200 gp
Red garnet
White pearl
Aquamarine

Tekst: Roel Decadt

zaterdag 31 december 2011

27 december 2011

Het plan om Brocéliandes stalkster op het spoor te komen, wordt veranderd. Het plan is om een ‘Brunch met Brocé’ weg te geven aan diegene die het leukste tekstje weet neer te pennen. Zo kan het handschrift vergeleken worden met het briefje dat Brocéliande eerder kreeg.
Die avond geeft Brocéliande het beste van zichzelf en het publiek dat is komen opdagen, weet het optreden te appreciëren. Sturdle werpt zich op als bodyguard en Ludovic biedt zich vrijwillig aan als manager. Hij kondigt de wedstrijd af die de volgende dag zal plaatsvinden. Jammer dat Lyra het optreden moet missen, want haar ritueel is pas morgenvroeg afgerond.

Dag 21 (vrijdag 11 april)

Die ochtend na het ontbijt, kan Sturdle zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, en gaat een kijkje nemen in de kamer van Lyra. Sturdle kan nog maar net wegduiken als Lyra de laatste bezwering uitspreekt. Met een sierlijke vlucht landt haar havik op haar arm, een hechte band is gesmeed. Met Aria op de arm stapt ze de verbouwereerde Sturdle voorbij en gaat snel ook iets eten. Maar het ritueel heeft haar uitgeput, en ze kruipt snel terug in bed. Opgetogen met het plan gaat Brocéliande haar optreden voorbereiden. Want deze keer word het een hele show waarbij ze haar zang zal begeleiden met de lier.
Ondertussen doen Ludovic en Sturdle een ronde door de stad. In het arme buitengedeelte steekt Ludovic een preek af. Hij probeert de inwoners te overtuigen van de meerwaarde die St. Cuthbert hen kan bieden. Enkelen luisteren geïnteresseerd, maar daar blijft het bij. Ze doen nog enkele inkopen om het kamperen in de wildernis aangenamer te maken, en Ludovic, die de tent met Sturdle zal delen, dringt aan om ook een emmer en een stuk zeep aan te schaffen.
Die avond is het de grote show. En alle middelen worden ingezet. De gelagzaal zit vol en Sturdle heeft zijn werk om vanuit zijn minder hoge positie de zaal te overzien. Ludovic kondigt het optreden aan en Brocéliande vult de zaal met al haar luister. En dan zet ze de finale in, gesteund door een spreuk van Ludovic, en met Lyra die enkele pyrotechnische effecten verzorgd, wordt haar performance een knaller.
Sturdle haalt de briefjes op en in een achterkamer worden de handschriften vergeleken. Er zit geen enkele match tussen, maar de dienstmeid viel op door haar meer dan gewone interesse. Sturdle weet een bierviltje met een bestelling te scoren, en het handschrift zou dezelfde kunnen zijn. Met een smoes weet hij haar tot in de achterkamer te lokken, en de meid maakt zich meteen verdacht door haar naam Anna die ook het een A begin. Maar al snel blijkt dat ze de verkeerde te pakken hebben, want Anna kan niet schrijven.
Er zit Brocéliande niets anders op dan een keurige heer uit te kiezen uit alle briefjes waar geen oneerbare voorstellen opstaan. Heer T. Wallis blijkt de gelukkige, en ze spreken af om de volgende dag in ‘De Klinkende Munt’ een brunch te houden.

Dag 22 (zaterdag 12 april)

Brocéliande ontvangt van de waard opnieuw een bericht, en ze herkent het onmiddelijk als van haar stalkster afkomstig! Ze weten dat hun plannetje mislukt is, en deze brief is er de bevestiging van. Ze leest het briefje voor aan haar vrienden:

"Je optreden was weer uitmuntend, maar het is wel duidelijk dat je nog veel over me te leren hebt. Dacht je nu werkelijk dat je me in de val kon doen lopen, dat ik mezelf zo gemakkelijk zou blootgeven? Ik weet dat wij voor elkaar bestemd zijn, Brocéliande, maar ik weet ook dat jij er nog niet klaar voor bent om me te ontmoeten. Je hebt tijd nodig om aan mijn aanwezigheid in je leven te wennen, en die tijd geef ik je..."

Lyra geeft haar een bemoedigend schouderklopje en troost haar met de gedachte dat ze morgen toch vertrekken uit deze stad. Maar eerst de brunch...
De dames blijven in de herberg terwijl de heren nogmaals de stad in trekken. Ludovic haalt zijn nieuwe harnas op dat op zijn maat gemaakt is, en ook Sturdle pronkt met een nieuwe borstplaat. Sturdle hoort de meestersmid nog eens uit, want zijn vertrouwen is niet al te groot. Het meesterschap van de smid blijkt ingegeven door Moradin zelve, waar ook Sturdle groot respect voor heeft. Ze komen kapitein Wessel tegen, die hun de precieze plaats van afspraak meedeelt.
Met hun nieuwe uitrusting gaat Ludovic weer wat preken. Deze keer binnen de stadsmuren, in een armer deel. Zijn betoog heeft al wat meer succes, bijgestaan door Sturdle die ondertussen de zinnen al kan afmaken. Enkelen zijn zelfs zo geboeid dat ze naderhand wat meer uitleg komen vragen. Ludovic spreekt af om hen morgen nog snel te woord te staan voor ze vertrekken.
Intussen is Brocéliande in gesprek verwikkeld met de winnaar. Maar de heer T. Wallis moet het gesprek jammer genoeg af en toe onderbreken. Zijn vertering lijkt hem parten te spelen, en in grote schaamte knijpt hij er tussen uit. De brunch loopt met een sisser af, maar de pientere Brocéliande verzamelt snel wat voedsel en drank om te laten analyseren door Ludovic. Ook Lyra die het hele gesprek afluisterde heeft niet veel boodschap aan dit heerschap.
De vier vrienden genieten nog van hun laatste namiddag in de stad, en maken zich klaar om de volgende dag te vertrekken met de karavaan.

Dag 23 (zondag 13 april)

Ludovic muist er nog snel vantussen om zijn contacten aan te halen met de geïnteresseerde luisteraars om zich nadien snel weer bij de groep te voegen. Het zonnetje staat nog laag als de karavaan zich op gang trekt. De jongens rijden voorop en zien in alle rust het glooiende landschap voorbij trekken. Ludovic probeert van dit moment gebruik te maken om op Sturdle in te spreken zijn chaotische kant wat meer om te buigen naar wat meer orde en structuur. St. Cuthbert kan daarbij helpen! Maar Sturdle is nog niet overtuigd van de sterkte van de godheid, en maakt zich voornamelijk zorgen of hij meer schedels te pakken krijgt.
De meisjes rijden achteraan en bespreken al lachend de mislukte brunch van de dag ervoor. Zo lelijk was die koopman nu ook weer niet blijkbaar. Maar dan brengt de havik van Lyra nieuws. De havik vloog wat voor de karavaan uit en zag enkele figuren de weg blokkeren. Snel brengen ze kapitein Wessel op de hoogte, en die vraagt hen om met vier eens een kijkje te gaan nemen. Ze legt de situatie uit aan de jongens en met een omtrekkende beweging krijgen ze al snel in het oog wat er gaande is. Een negental goblins hebben een eenzame reiziger omsingeld.
Sturdle aarzelt geen minuut en drijft zijn rijhond in de richting van de goblins. Jammer genoeg wil de hond de sprong niet maken, waardoor hij op zijn passen terug moet komen. Lyra schakelt snel enkele goblins uit, en ook Brocéliande doet mee. Sturdle ment zijn hond en
doet hem stoppen vlak voor een goblin. Hij maakt gebruik van de vaart om over het hoofd van de hond uit het zadel te springen, in de lucht zijn wapens te grijpen, en de goblin voor hem dodelijk te verwonden. Ludovic geeft zijn paard de sporen, en valt de achterhoede van de goblins aan. Die lafaards groeperen zich per drie, en Ludovic maakt er handig gebruik van. Hij lanceert een oorverdovende knal tussen hen in, en met bloedende oren vluchten ze weg. De laatste overblijvers kiezen ook het hazepad. De reiziger, die zich voorstelt als Vito de marskramer, bedankt hen en neemt het aanbod om verder te reizen met de karavaan in dank aan. De rest van de dag verloopt zonder incidenten en als het duister valt, zetten ze hun kamp neer.


XP
900 XP (225 XP per persoon)

Treasure
5 tindertwigs (gekocht)
10 candles (gekocht)
Bucket (gekocht)
Crowbar (gekocht)
Five day's firewood (gekocht)
10 foot ladder (gekocht)
Twenty day's trail rations (gekocht)
Soap (gekocht)
2 tents (gekocht)
Shovel (gekocht)
Iron pot (gekocht)

Tekst: Mattias Dooreman

dinsdag 13 december 2011

1 december 2011

In het pakhuis aangekomen, markeert Ludovic de plek van aankomst met een stuk krijt, zodat de avonturiers een volgende keer weer kunnen vertrekken vanaf dit punt.  De avonturiers en Umar verlaten het pakhuis en komen aan op de kades van de handelsstad Libera.
Ze begeven zich naar het stadscentrum en stappen daar herberg “De Klinkende Munt” binnen. Het blijkt een etablissement van enig niveau dat vol met kooplieden zit. Wanneer de waard merkt dat Brocéliande een lier meedraagt, vraagt hij haar een stukje te musiceren. Dat doet ze zo goed dat hij de avonturiers gratis kamers aanbiedt op voorwaarde dat Brocéliande die avond wil optreden. Daar stemt ze meteen mee in. Umar sluit zich inmiddels verblijd aan bij de onderhandelende kooplieden.
In de gelagkamer treffen ze een militair die somber aan de bar zit: luitenant Wessel. Hij moet een wapentransport uit dwergengebied begeleiden naar Sardal. Ze zijn goed en wel tot Libera gekomen, het verplichte omslagpunt voor de handel, maar van hieraf weigeren de dwergen – de meestersmid en zijn gevolg die met de wapens zijn meegekomen om hun betaling te ontvangen – om onduidelijke redenen om nog verder te gaan over zee. De weg over land is echter zeer gevaarlijk: er trekken goblinbendes rond, en luitenant Wessel heeft niet de financiën om wachters in te huren.
Ludovic voelt zich ogenblikkelijk geroepen om deze landgenoot bij te staan en zegt zijn bescherming toe. De rest laat zich met verschillende gradaties van enthousiasme overhalen eens ze begrijpen dat aan het eind van de reis een beloning wacht, en dat de wapens bestemd zijn voor de koning zelf.
Een bijkomende kwestie is dat de dwergen momenteel onvindbaar blijken: ze zijn weggestormd op zoek naar een ‘fatsoenlijke herberg’. Sturdle, specialist ter zake, belooft dat hij ze wel zal weten te lokaliseren.
De avonturiers vertrekken om enige inkopen te gaan doen, maar zijn nog maar amper op pad, wanneer een jonge vrouw totaal overstuur uit een steegje komt gerend. Ze vertelt paniekerig dat haar man daar is neergeslagen door een bandiet. Lyra beschouwt dit als de oudste truc ter wereld, Ludovic daarentegen ziet een medemens in nood die geholpen moet worden. De vrouw is zo overtuigend dat ook Lyra en Brocéliande hun aanvankelijke scepticisme aan de kant zetten, en de groep loopt het steegje in. Daar worden ze echter voor ze het weten op de nek gesprongen door een troepje schurken. Ook de ‘neergeslagen’ man veert wonderbaarlijk genezen weer overeind. Het schorriemorrie is echter geen partij voor de avonturiers, die er korte metten mee maken. Wanneer de last man standing door een magic missile is geveld, neemt Sturdle nog even de moeite om de enige overlevende te vragen of hier iets persoonlijks mee gemoeid was. Wanneer dat niet het geval blijkt, maakt een stevige hamerslag een definitief einde aan dit intermezzo.
De rest van de dag wordt gevuld met shoppen: een bezoekje aan de wapensmid en “De Toverketel” laat de avonturiers met een lichtere beurs maar goed voorzien terugkeren. Voor Ludovic is een nieuw harnas besteld, Sturdle heeft zijn wapenarsenaal uitgebreid en de nodige magische componenten zijn aangekocht.
Op aandringen van Brocéliande wordt ook een bezoekje aan de paardenmarkt gebracht die net die dag plaatsvindt. Ook hier heeft de groep succes: twee zwarte strijdrossen, luisterend naar de namen Donder en Bliksem wisselen van eigenaar, zodat respectievelijk Ludovic en Lyra voorzien zijn. Een witte merrie genaamd Sneeuw trekt de aandacht van Brocéliande, en ook voor Sturdle blijkt de verkoper een passend rijdier achter de hand te hebben: een woest uitziende strijdhond die door Sturdle Kroesjnoetsj gedoopt wordt.
In de tempel van Olidammara (de god van de dieven) doet Ludovic het verzoek de bibliotheek te mogen inzien. De ‘donatie’ die daar tegenover staat is echter torenhoog, dus hij houdt het zakelijk bij de aankoop van een scroll.
Sturdle stapt trefzeker herberg “Het Goede Leven” binnen – een heel wat minder hoogstaande uitspanning. De avonturiers bestellen een kroes bier en bestuderen onopvallend de gasten. Sturdle herkent in het midden van een groepje dwergen ineens Haldor, de meestersmid van Gramdall. Hij sputtert iets over ‘commercieel’ en ‘snobistisch’ en ‘mijn arme meester’ en beent grimmig op het groepje af. Hij spreekt Haldor in het Dwergs aan, en Brocéliande, die niet weet  wat er te gebeuren staat, gebruikt een toverspreuk om het gesprek te kunnen volgen. Sturdle beledigt Haldor eerst met de traditioneel zwaarst mogelijke belediging voor een Dwerg, en doet er dan nog een schepje bovenop door te beweren dat hij Haldor zo onder tafel zou kunnen drinken. De avonturiers zien met gemengde gevoelens aan hoe Sturdle ruim 15 kroezen bier achterover slaat en zowaar de meestersmid onder tafel drinkt.
Omdat uit hem allicht geen zinnig woord meer te krijgen valt, wendt Lyra zich tot een vrouwelijke dwerg die er zorgelijk bijzit. Zij blijkt Helga, de dochter van de meestersmid, en ze vertelt Lyra dat de dwergen allemaal van slag zijn door nieuws dat hen bereikt had toen ze in Libera aankwamen. Gramdall blijkt tijdens hun afwezigheid vernietigd te zijn, zodat ze nu thuisloos zijn. De dwergen, die onder normale omstandigheden al niet van schepen houden, zien het nu al helemaal niet meer zitten om over zee te reizen. Volgens hun geloof is het in roerige tijden niet heilzaam en zelfs gevaarlijk om beide voeten niet op de vaste grond te houden. Er is dus absoluut geen enkele manier waarop ze te overhalen zijn over zee te gaan. Helga voelt zich gerustgesteld door de verzekering dat de avonturiers hebben toegezegd het transport te begeleiden en ze spreken een ontmoetingsplek en dag af.

Dag 20 (donderdag 10 april)

De volgende dag blijkt het optreden van Brocéliande een dusdanig groot succes geweest dat de waard aanbiedt om de getroffen regeling verder te zetten. Hij heeft ook een brief voor haar die door een bewonderaarster is afgegeven. Brocéliande leest de brief en de anderen zien haar merkbaar schrikken. Ze is zo van slag dat ze de brief niet eens kan voorlezen maar gewoon doorgeeft. Die blijkt een nogal obsessieve boodschap te bevatten over het samenhoren “van A en B”.
Na enig aandringen vertelt ze dat precies deze stalkster haar had doen besluiten om haar geboortegebied te verlaten: voor die dag leefde en studeerde ze vreedzaam in het elfendorp Pimpona. Haar leven veranderde toen ze een concert ten beste gaf in een nabijgelegen mensenstad: vanaf die dag werd ze bestookt met brieven en cadeautjes die steeds enger werden. Brocéliande ontvluchtte uiteindelijk haar geboortestreek, en werd niet lang daarna door Calen op het eiland gedropt, wat haar niet echt slecht uitkwam: daar was ze tenminste veilig voor haar ongewenste aanbidster.
Nadat het gelach verstomd is, besluit de rest van de groep dat hier actie ondernomen moet worden. Na enig overleg komen ze tot het plan om de volgende dag na het optreden een afspraakje met Brocéliande te veilen: zonder enige twijfel zal haar stalkster zich wel geroepen voelen hierop in te gaan. Brocéliande stemt schoorvoetend in met dit plan.
Na het ontbijt splitst de groep zich op: Lyra begeeft zich naar haar kamer om de rituelen van een dag en een nacht te beginnen waardoor de havik die ze eerder had gered, haar familiar zal worden. Brocéliande trekt met de drakenbotten naar een instrumentenbouwer om te vragen of hij daar een lier van kan bouwen.
Ludovic is nog steeds geschokt door zijn belevenissen in de steeg en de tempel van Olidammara, en is niet af te brengen van het plan om hierover te gaan praten met de autoriteiten. Sturdle is ervan overtuigd dat hierbij wel wat te beleven zal zijn en vergezelt hem. Enige navraag leert hen dat ze bij de hoger gelegen burcht moeten zijn, en ze gaan op pad.
Wanneer Ludovic bij de burcht om een audiëntie verzoekt, wordt hij afgewimpeld door de wachter. Sturdle neemt daarop het voortouw en maant de wachter aan om ‘Heer Ludovic’ niet te laten wachten. De wachter valt niet te overtuigen en de twee druipen teleurgesteld af. Ze versagen evenwel nog niet en smeden een volgend plan: Ludovic marcheert weer naar de poort, nu echter geflankeerd door een geboeide Sturdle, die hij voorstelt als een gevaarlijk misdadiger. De wachter herkent het duo echter in een oogopslag en is niet onder de indruk van de vertoning. Hij dreigt hen allebei de kerker in te gooien, zodat ze onverrichterzake terugkeren. Ze nemen inmiddels wel de gelegenheid te baat om her en der reclame te maken voor de veiling van het afspraakje met Brocéliande.
In de herberg is Brocéliande inmiddels tevreden teruggekeerd: haar lier van drakenbeenderen zal gebouwd worden en wordt haar nagestuurd naar Sardal. Ze besluit Sturdle te vergezellen die wat wil gaan bijpraten met de dwergen.
Ludovic is inmiddels koppig van plan om toch iémand te interesseren voor de misstanden in de stad en gaat op zoek naar de tempel van Pelor, de zonnegod, in de buitenwijken van de stad. Hoewel de priesters aldaar hem gelijk geven, verkiezen zij toch om de wereld te veranderen door de kracht van het goede voorbeeld. Ludovic is hiermee niet geheel tevreden, maar is wel verheugd over het feit dat hij een middagje in de bibliotheek mag grasduinen.
Sturdle wordt inmiddels amicaal onthaald door de dwergen: hij heeft gisteren wel bewezen dat hij één van hen is. Ze zetten het onmiddellijk weer op een drinken. Brocéliande die het inmiddels bij een wijntje houdt, ziet het allemaal met enige zorgelijkheid aan. Ze kan zich dan ook net op tijd met een elegante sprong achter de bar verschansen wanneer Sturdle uit het niets besluit om iemand een dreun te verkopen en er, zoals dat nu eenmaal gaat, een gigantisch kroeggevecht ontstaat. Het meubilair vliegt al gauw door de kamer en Brocéliande hoort naast zich de herbergier binnensmonds vloeken.
Wanneer het stof weer is opgetrokken, zijn Sturdle en de dwergen dikke vrienden. De verontwaardigde herbergier wordt gekalmeerd door Sturdle die hem met een groots gebaar het vorstelijke bedrag van twintig goudstukken in de hand stopt. De man klaart er behoorlijk van op en nodigt Sturdle uit om vooral de rest van de tijd dat hij in de stad is, zijn herberg te blijven bezoeken om gratis te drinken. Behoorlijk aangeschoten laat Sturdle de herbergier nog beloven dat ze wanneer hij eenmaal vertrokken is, nog brieven zullen uitwisselen, voor Brocéliande hem veiligheidshalve met zachte maar kordate hand de herberg uit begeleidt: het is alweer bijna tijd voor haar volgende optreden.

XP
1,200 XP (300 XP per persoon)

Treasure
Jade (verkocht)
Red spinel (verkocht)
Tourmaline (verkocht)
Emerald (verkocht)
Scale mail armor (verkocht)
Chain shirt (verkocht)
Half-plate armor (verkocht)
Green dragon hide (verkocht)
Tanglefoot bag (gekocht)
Incense (gekocht)
Diamond dust (gekocht)
Potion of hide from undead (geïdentificeerd)
Potion of neutralize poison (geïdentificeerd)
Familiar ritual components (gekocht)
2 scrolls of shocking grasp (gekocht)
Scroll of dispel magic (gekocht)
Masterwork full plate armor (gekocht)
Masterwork spiked banded mail (gekocht)
Longspear (gekocht)
Masterwork handaxe (gekocht)
40 normal arrows (gekocht)
30 crossbow bolts (gekocht)
Manacles (average lock) (gekocht)
Heavy warhorse (gekocht)
Light warhorse (gekocht)
Light horse (gekocht)
Riding dog (gekocht)
4 military saddles (gekocht)
4 bits and bridles (gekocht)
4 saddlebags (gekocht)
Feed (gekocht)

Tekst: Petra Doom