dinsdag 11 oktober 2011

Inkomsten en uitgaven

Omdat er de vorige keer enige verwarring bestond omtrent het geld dat binnen de groep in omloop is, heb ik even een berekening gemaakt van jullie inkomsten en uitgaven.

Het totaal aan geld en edelstenen dat jullie voor jullie ontmoeting met Umar in jullie bezit hadden (individueel startgeld niet meergerekend), was:

560 gp
80 pp
Rock chrystal (50 gp)
Amber (100 gp)
Black pearl (500 gp)

De totale waarde hiervan (uitgedrukt in gp) is 2,010 gp.

Van Umar hebben jullie het volgende gekocht:

Scroll of identify (125 gp)
Elixir of love (150 gp)
Quaal’s feather token (fan) (200 gp)
Screaming bolt (267 gp)
Potion of cure moderate wounds (300 gp)
Cloak of resistance +1 (1,000 gp)

De totale waarde hiervan (uitgedrukt in gp) is 2,042 gp.

Nu heb ik onthouden dat jullie overeenkomst met Umar 10 gp winst heeft opgeleverd. 2,010 - 2,042 + 10 = -22 gp, maar ik ga ervan uit dat dit tekort is opgevangen met een deel van het individuele startgeld.

Hetgeen jullie nadien nog hebben gevonden, is:

2,000 sp
2,196 gp
60 pp

Door die 22 gp die jullie zogezegd tekort hadden hiervan af te trekken en de rest te delen door 4, komen we dan op het totaalbedrag per persoon (individueel startgeld kan hier nog worden bijgeteld als dit wordt beschouwd als persoonlijk geld):

505 sp
543 gp
15 pp

6 oktober 2011

De avonturiers volgen de weg door de heuvelen en bereiken tegen valavond een kruising aan de voet van een rotsachtige heuvel. Bovenop de heuvel bevindt zich een versterkte vesting. In de hoop daar onderdak te vinden voor de nacht, beklimt Sturdle de heuvel, maar dreigende en gealarmeerde kreten doen hem naar zijn metgezellen terugkeren. Omdat Sturdle de taal waarin de wezens op de verdedigingswal spraken, niet heeft kunnen verstaan, besluiten de avonturiers samen nogmaals de vesting te benaderen. Lyra gebruikt een bezwering waarmee ze de wezens op de wal van op afstand kan aanspreken, maar het enige dat ze als respons krijgt is een verbijsterde en ietwat geïrriteerde kreet in een taal die ook zij niet begrijpt. Ze probeert de kreet op haar groepsgenoten over te brengen, en Brocéliande herkent de intonatie ervan als die van de taal der goblins. Vervolgens stapt Brocéliande naar voren en spreekt de goblins aan in hun eigen taal. De goblins zijn echter niet van plan om medewerking te verschaffen en gebieden de avonturiers om weg te gaan.
De avonturiers trekken zich terug en slaan in de buurt van de vesting hun kamp op. Om de goblins, die duidelijk niet vriendelijk gezind zijn, te misleiden, steekt Sturdle een vuur aan op enige afstand van het kamp.

Dag 17 (maandag 6 april)

De volgende ochtend lijkt er niemand in de buurt van het vuur te zijn geweest. De avonturiers besluiten de omgeving van de vesting verder te verkennen en volgen een weg die langs de voet van de heuvel naar een oude steengroeve aan de oostkant van de vesting blijkt te leiden. Een zestal goblins bewaakt te groeve, en zodra de avonturiers binnen hun bereik zijn, gaan zij tot de aanval over. De goblins blijken echter geen partij voor de avonturiers.
De avonturiers onderzoeken de steengroeve en vinden aan de westkant ervan de ingang van een tunnel. Omdat ze niet verrast willen worden, besluiten ze wat zich eventueel ook in de tunnel bevindt, uit te roken. Al snel komt er door de rook een grote, tweekoppige gestalte aanzetten: een ettin. Half verblind door de rook stapt de reus in het vuur dat de avonturiers voor de ingang van de tunnel hebben aangelegd, waarop hij vlamvat. Woest maait hij om zich heen. Brocéliande probeert met succes een van haar nieuwe bezweringen op de ettin uit: de reus barst in lachen uit en kan niets anders meer dan over de grond rollen van het lachen. De avonturiers maken gebruik van deze opening in zijn verdediging om de ettin te verwonden. Uiteindelijk is het het vuur dat de reus fataal wordt.
Nadat het vuur is gedoofd en de rook grotendeels uit de tunnel is verdwenen, wagen Ludovic en Brocéliande zich naar binnen. Even verderop gaat de tunnel over in een grote, min of meer ronde ruimte die naar uitwerpselen en rottend voedsel stinkt: het hol van de ettin. Daar vinden ze een grote, uitpuilende zak met goud. Benevens goud bevat de zak ook het vierde artefact: een stenen pentakel.
De avonturiers besluiten kamp op te slaan boven de ingang van de tunnel en daar de rest van de dag en de nacht te blijven, alvorens de tunnel verder te verkennen.

Dag 18 (dinsdag 7 april)

De avonturiers wagen zich opnieuw in de tunnel en volgen een smallere tunnel die vanuit het hol van de ettin dieper de heuvel in leidt. Deze komt uit in een cel in een kerker, waarvan de roestige traliedeur openstaat. In de kerker vinden de avonturiers enkele aanwijzingen dat hier lang geleden strijd is geleverd, en dat na afloop van de strijd alle gevangenen zijn bevrijd. De wapenrokken die de skeletten der gevangenisbewakers dragen, dragen het embleem van het koninkrijk Sardal in Originea, het rijk waar onder andere Ludovic en de moeder van Lyra vandaan komen.
Nieuwsgierig klimmen de avonturiers verdieping na verdieping hoger, totdat ze in een kleine ruimte komen met een trap die naar het daglicht leidt. In deze ruimte vinden ze het logboek van de fortoverste, waarin duidelijk wordt dat meer dan dertig jaar geleden piraten het fort hebben belegerd en de gevangenen hebben bevrijd.
Sturdle steekt zijn hoofd in het daglicht en ziet dat hij en zijn metgezellen zich nu binnen de verdedigingswallen van de vesting bevinden. Van het fort zelf is niet veel meer over, maar tegen de binnenkant van de omringende wal staan nog twee gebouwen overeind.
Met zijn allen stormen de avonturiers de trap op en maken zij de goblins op de binnenplaats, op de wal en in één van de gebouwen onschadelijk. Ook de goblin in het andere gebouw, die de leider van de bende blijkt te zijn, moet er even later samen met zijn worg aan geloven.
Niet lang na de overwinning ontvangen de avonturiers een bericht van Calen, waarin hij hen uitnodigt om de vier verzamelde artefacten naar de top van de berg in het midden van het eiland te brengen. Dezelfde dag nog vertrekken de avonturiers in die richting om halverwege halt te houden en hun kamp op te slaan voor de nacht.

XP
6,500 XP (1,625 XP per persoon)

Treasure
1,496 gp
3 flasks of acid
Masterwork warhammer
Masterwork studded leather armor (Small)
Masterwork buckler (Small)
Masterwork dagger (Small)
Masterwork composite shortbow (Small)
20 masterwork arrows
4 potions of cure light wounds
Potion of darkvision
Potion
50-ft. silk rope
Masterwork thieves’ tools

donderdag 29 september 2011

21 september 2011

Sturdle ontdoet het lichaam van de zeeheks van haar hoofd en werpt de rest ervan in zee. Dan verlaat hij de grot om het touw, dat nog altijd tussen de twee rotsen hangt, te halen. Ludovic gebruikt het touw om van de nu lege houten kisten een vlot te maken, waarop de avonturiers terug naar het strand peddelen. Daar slaan ze hun kamp op en brengen de nacht door.

Dag 10 (maandag 30 maart)

Omdat Lyra en Brocéliande nog te zwak zijn om op hun benen te staan, trekken Ludovic en Sturdle hen op het vlot door ondiep water voort. Zo bereiken ze tegen het begin van de avond de plek waar zij de sirene en vismensen ontmoetten. Al snel duiken deze uit de zee op om de avonturiers te begroeten. Sturdle toont hen het hoofd van de zeeheks, waarop de vismensen de avonturiers beloven om hen de volgende dag naar het eilandje te brengen. De sirene overhandigt hen uit dank een magische werpspeer en neemt dan afscheid.

Dag 11 (dinsdag 31 maart)

De vismensen houden hun woord en duwen het vlot van de avonturiers al zwemmende voort naar het eilandje in de baai. Eenmaal daar wordt het gezelschap omsingeld door een groepje meermensen, die willen weten wat de avonturiers op hun eiland komen doen. De vismensen doen een goed woordje voor de avonturiers, en het volgende moment worden de avonturiers door de meermensen verwelkomd. De avonturiers vertellen de meermensen dat zij in naam van Calen, die bij de meermensen bekend blijkt te staan als Gorm, de god van de winter, op zoek zijn naar vier artefacten. Dit rinkelt niet onmiddellijk een belletje, maar na lang peinzen weet één der meermensen de avonturiers te vertellen dat er al sinds het begin der tijden een artefact op de bodem van de zee rust, al lijkt het in niets op de voorwerpen die de avonturiers getoond hebben. Het wordt bewaakt door een zeekat, een gevaarlijk zeeroofdier, maar de meermensen zijn bereid om de avonturiers tot aan de rand van zijn territorium te brengen.
De avonturiers besluiten enkele dagen op het eilandje te verblijven om terug op krachten te komen, alvorens op het aanbod in te gaan.

Dag 16 (zondag 5 april)

Als de avonturiers een aantal dagen later volledig zijn hersteld, begeleiden de meermensen hen naar het territorium van de zeekat, welke een oude haven blijkt te zijn. De baai is op die plek ondiep genoeg om op de bodem ervan het wrak van een oorlogsschip te onthullen.
Nadat de meermensen afscheid van hen hebben genomen, gaan de avonturiers tot actie over. Om de zeekat te lokken gooien ze stenen in het water, waarop de zeekat vrijwel onmiddellijk toehapt. Brocéliande grijpt naar de magische werpspeer en slingert deze uit alle macht naar het roofdier. In de lucht veranderd de speer in een bliksemschicht, die de zeekat volop treft. De zeekat geeft zich echter niet gemakkelijk gewonnen, en pas nadat hij Ludovic enkele rake klappen heeft hunnen uitdelen, weet Sturdle hem uiteindelijk te doden.
Na het gevecht laten de avonturiers hun vlot boven het gezonken schip drijven, terwijl Lyra het wrak doormiddel van een bezwering afzoekt naar magische aura’s. In de kapiteinshut van het schip blijkt een aantal magische aura’s, waaronder een zeer sterke, aanwezig te zijn.
Sturdle duikt naar het schipwrak en vindt in de kapiteinshut een grote, houten kist. Omdat de kist te zwaar is om ermee naar de oppervlakte te zwemmen, komt hij met lege handen terug. Doormiddel van een andere bezwering roept Lyra een schijf in het leven die haar overal volgt. Vervolgens duiken zij en Sturdle opnieuw naar het wrak. Sturdle weet de kist op de schijf te zetten, waarna beide avonturiers terug naar boven zwemmen.
De avonturiers varen op hun vlot naar een oude steiger en beklimmen het klif waartegen de steiger is gebouwd. Boven zien ze dat zich een lange weg door de achter het klif gelegen heuvelen uitstrekt.
Sturdle breekt de kist open. Behalve enkele schatten bevat deze een klein, bewerkt houten kistje. Omdat het op slot zit, geeft Sturdle er een klap op met zijn hamer, waarop spetters zuur in het rond vliegen. Het kleine kistje blijkt het derde artefact te bevatten: een zilveren bokaal.

XP
2,900 XP (725 XP per persoon)

Treasure
Javelin of lightning
500 gp
60 pp
Masterwork sap
Darkwood buckler
Potion
Wand

dinsdag 20 september 2011

13 september 2011

Dag 8 (zaterdag 28 maart)

De avonturiers bezoeken het eilandje in het midden van de oase en treffen daar een sfinx. Wanneer de avonturiers haar naar het volgende artefact vragen, vertelt de sfinx hen dat het in haar bezit is. Ze is bereid het af te staan als de avonturiers in staat zijn haar raadsel op te lossen. Ludovic weet het raadsel in één keer op te lossen. De sfinx houdt zich aan haar woord en overhandigt de avonturiers het artefact: een zwaard waarvan het blad met een vlammenmotief is versierd. Als bonus geeft de sfinx een aanwijzing met betrekking tot de locatie van het volgende artefact.
Nadat de avonturiers hebben geconcludeerd dat hun volgende reisdoel een eilandje in zee is, reizen ze in noordwestelijke richting totdat ze tegen het einde van de dag een grote baai bereiken. Op het strand slaan ze hun kamp op voor de nacht. Brocéliande zet doormiddel van een bezwering een alarm uit, waarna de avonturiers zich onbezorgd te rusten leggen. Als de bezwering vier uur later is uitgewerkt, is Brocéliande voldoende uitgerust om zelf op wacht te staan. Tijdens haar wacht hoort ze plotseling een prachtig gezang uit de richting van de zee. Ze heeft echter onmiddellijk in de gaten dat er iets niet klopt en begint haar lier te bespelen om de bezwerende invloed ervan af te wenden.
Het volgende moment wordt het kamp overvallen door een groepje vismensen, dat de avonturiers levend lijkt te willen gevangennemen. Laatstgenoemden worden echter tijdig wakker en bieden weerstand totdat uiteindelijk iedereen behalve Brocéliande onder de invloed komt van het gezang, dat van een sirene afkomstig blijkt te zijn. Er wordt een wapenstilstand ingelast, waarna duidelijk wordt dat er sprake is van een misverstand. De vismensen brachtten de avonturiers verkeerdelijk in verband met de zeeheks, een wezen dat al jarenlang de kusten onveilig maakt.
De avonturiers doen hun verhaal en komen uiteindelijk tot een overeenkomst met de vismensen: zij zullen de vismensen helpen de zeeheks te verslaan, als de vismensen hen op hun beurt helpen om het eilandje in de baai te bereiken.

Dag 9 (zondag 29 maart)

Op aanwijzing van de sirene volgen de avonturiers het strand totdat ze uitkomen bij een plek waar een puntige rots uit de zee omhoog steekt. Deze rots, door de vismensen de Haaienrots genoemd, zou de verblijfplaats zijn van de zeeheks.
Ludovic werpt een touw, waaraan een haak is bevestigd, naar de Haaienrots en slaagt er na enkele pogingen in om houvast te krijgen. Vervolgens houdt hij het touw strak terwijl Sturdle langs het touw naar de rots klautert. Halverwege verliest Sturdle echter zijn grip op het touw en valt in het water. Onmiddellijk doemen er twee haaien op, die tot de aanval overgaan. Sturdle zwemt zo snel hij kan naar de Haaienrots en weet zichzelf daar in veiligheid te brengen. Daarna gaat hij op onderzoek uit en vindt de ingang van een grot.
De overige avonturiers waden naar een kleinere rots in zee en bevestigen daar het andere eind van het touw. Sturdle gaat naar de andere kant van de rots en steekt zijn voet in het water om de haaien naar zich toe te lokken. Dit geeft de andere avonturiers de tijd om zich langs het touw naar de Haaienrots toe te trekken.
De avonturiers betreden de grot, die gedeeltelijk onder water staat. Aan het droogstaande uiteinde van de grot is een aantal houten kisten zichtbaar. Nieuwsgierig begeven de avonturiers zich in die richting, waarop er een net op hen valt. Lyra en Sturdle worden in het net gevangen, maar Lyra weet zich bijna onmiddellijk te bevrijden. Dan springt de zeeheks achter een der kisten tevoorschijn. Haar aanblik doet Lyra, Sturdle en Brocéliande verzwakken. Lyra weet echter nog net de kracht op te brengen om haar toverstokje te gebruiken, waarmee zij de zeeheks in lichterlaaie zet, en het is Ludovic die haar uiteindelijk de genadeslag toebrengt.

XP
4,100 XP (1,025 XP per persoon)

Treasure
2,000 sp
200 gp
Jade
Red spinel
Tourmaline
Emerald
Chain shirt
2 scrolls of Tenser's floating disc
Potion of cure light wounds
Potion 

woensdag 24 augustus 2011

16 augustus 2011

Dag 6 (vrijdag 26 maart)

Enkele dagen later vertrekken de avonturiers in zuidwestelijke richting. Tegen de middag beginnen ze de eerste veranderingen in het landschap waar te nemen, en het loopt tegen het einde van de middag wanneer ze een grazige open vlakte bereiken, die nog geen mijl verderop overgaat in een uitgestrekte zandvlakte. De avonturiers besluiten op de grasvlakte hun kamp op te slaan en de nacht door te brengen.
Tijdens de eerste wacht wordt hun slaap verstoord door een paar uitgehongerde hyena’s. Nadat de avonturiers korte metten met ze hebben gemaakt, besluit Sturdle een poging te doen om een van de hyena’s, die tijdens het gevecht dodelijk gewond het bewustzijn verloor, te temmen. Hij verzorgt haar wonden en bind haar vast, waarna hij zijn slaap hervat.
Als het de beurt is aan Brocéliande om op wacht te staan, ontwaakt de hyena uit haar bewusteloosheid en weet het dier zich los te maken. Brocéliande aarzelt geen moment, grijpt haar kruisboog en schiet, maar mist haar doelwit. Sturdle schrikt hiervan wakker en slaat de hyena nogmaals buiten westen, waarna hij haar met meer zorg vastbindt.

Dag 7 (vrijdag 27 maart)

De volgende ochtend probeert Sturdle de hyena, die voor de tweede keer uit haar bewusteloosheid is ontwaakt, met een stuk vlees te temmen. Het dier blijft echter agressief, waardoor Sturdle de hopeloosheid van zijn pogingen inziet en zich verplicht ziet het beest af te maken. Niet lang nadat hij het dier heeft begraven, vervolgen de avonturiers hun weg.
Eenmaal in de woestijn neemt de temperatuur gestaag toe, en al na enkele mijlen beginnen de avonturiers te verlangen naar een korte rustpauze op een schaduwrijke plek. Op dat moment wordt er aan de einder een oase zichtbaar, en vol goede moed begeven de avonturiers zich in die richting. Sturdle stormt snakkend naar water de oase in, maar het volgende moment lijkt hij in de ondergrond weg te zakken. Al snel wordt het hem duidelijk dat hij zich in drijfzand bevindt, en dat de oase slechts een illusie is. Ludovic werpt Sturdle een touw toe en weet hem uit het drijfzand te trekken.
Omdat er voor de avonturiers weinig anders opzit, begeven ze zich weer op weg. Enkele mijlen verder doemt er opnieuw een oase voor hen op, echter deze keer zijn de avonturiers op hun hoede. Sturdle bindt een touw om zijn middel, laat Ludovic het andere eind vasthouden en zet een stap in de oase. Deze blijkt opnieuw een illusie, en Sturdle valt in een grote kuil, op de bodem waarvan zich een groot aantal schorpioenen bevindt. Sturdle geeft Ludovic het teken om hem op te trekken, en hoewel de schorpioenen hem enige verwondingen weten toe te brengen, overleeft hij zijn ietwat roekeloze gedrag opnieuw.
Opnieuw begeven de avonturiers zich op weg, en ze zijn de uitputting nabij wanneer er tegen het vallen van de avond een derde oase in zicht komt. Deze keer is er geen sprake van illusie, en Sturdle geeft zich onmiddellijk over aan zijn behoefte naar water. Op de oever is een witte, kegelvormige tent opgezet, en wanneer Sturdle in het water springt, komt een man in exotische kledij, die later een janni blijkt te zijn, naar buiten. De man stelt zich aan de avonturiers voor als Umar, een koopman die de werelden afreist maar decennia geleden in deze wereld is gestrand.
Umar nodigt de avonturiers uit in zijn tent, en tijdens het gesprek dat hierop volgt wordt onder andere duidelijk dat de avonturiers zich op een eiland bevinden. Dan vraagt Umar of hij de avonturiers voor enkele van zijn waren kan interesseren, en stalt hij een aantal magische voorwerpen voor hen uit. De avonturiers onderhandelen met Umar en weten een paar goede overeenkomsten te sluiten.
Lyra gebruikt een bezwering die ze van Umar hebben gekocht om de magische eigenschappen van het artefact te achterhalen. Zo komt ze erachter dat de gebruiker van de staf in staat is om het element lucht naar zijn hand te zetten. Om deze macht te kunnen aanwenden is echter een ritueel vereist dat op een bepaalde plek moet worden uitgevoerd.
Tevreden over hun ontdekkingen leggen de avonturiers zich te rusten.

XP
2,100 XP (425 per persoon)

Treasure
Rock chrystal (verkocht)
Amber (verkocht)
Black pearl (verkocht)
Scroll of identify (gekocht)
Elixir of love (gekocht)
Quaal’s feather token (fan) (gekocht)
Screaming bolt (gekocht)
Potion of cure moderate wounds (gekocht)
Cloak of resistance (gekocht)

zaterdag 16 juli 2011

13 juli 2011

De avonturiers nemen enige tijd rust om Sturdle van zijn aanvaring met de draak te laten herstellen. Daarna gaat Sturdle opnieuw op verkenning in de zaal van de draak, die zijn schat onbewaakt blijkt te hebben achtergelaten. Sturdle stopt zoveel mogelijk van de schat in zijn zakken en vervoegt zich dan weer bij de rest van de groep. Vervolgens verkassen de avonturiers naar de mijn, waarvan ze de ingang met balken barricaderen. Daar brengen ze de rest van de dag en de nacht door.

Dag 3 (dinsdag 23 maart)

De volgende ochtend begeven de avonturiers zich naar de ingang van de grot. Sturdle werpt zijn waterzak naar buiten om de aandacht van de draak te trekken, en al snel krijgen de avonturiers in de gaten dat deze zich op de rotswand boven de ingang van de grot bevindt. Brocéliande wendt haar toverkunsten aan om achter de draak het geluid van een grote groep vliegende elfjes na te bootsen. In het ogenblik dat de draak hierdoor is afgeleid, spoeden de avonturiers de grot uit en verschansen zich achter de restanten van de afgebrande palissade. De draak gaat tot de aanval over, maar wordt door de avonturiers met pijlen bestookt, en al snel stort de draak met pijlen doorzeefd ter aarde. De avonturiers ontdoen de draak van zijn kostbare huid en sturen dan één van de bevrijdde elfjes erop uit om de andere toegang tot de zaal van de draak te vinden. Deze wordt spoedig gevonden, en Sturdle daalt in de zaal af om de rest van de schat te verzamelen.
De avonturiers keren terug naar de Moederboom en komen hier tegen het einde van de middag aan. Hier wacht hen een warm onthaal, en die avond wordt er in het heiligdom van Calen ter ere van de avonturiers een groot feest gehouden. Tijdens het feest begint het standbeeld van Calen plotseling tot de avonturiers te spreken. Hij vertelt dat er grote onrust in de wereld heerst en dat hij niet bij machte is om de orde te herstellen tenzij de avonturiers hem vier artefacten, waarin de machten der seizoenen verscholen liggen, bezorgen. Het eerste artefact hebben de avonturiers in de zaal van de draak reeds gevonden. Het tweede artefact is te vinden in het hart van de woestijn, ten zuidwesten van het woud.
De avonturiers voelen zich door Calen misleid, maar begrijpen dat ze weinig keuze hebben als ze naar hun eigen wereld willen terugkeren. Ze besluiten zichzelf enkele dagen rust te gunnen om te herstellen van hun avontuur en dan op pad te gaan.

XP
900 XP (225 XP per persoon)

Treasure
200 gp
80 pp
Amber
Black pearl
4 flasks of holy water
Masterwork light wooden shield
Bullseye lantern
Wand
Masterwork quarterstaff
Green dragon hide

zaterdag 2 juli 2011

30 juni 2011

De avonturiers nuttigen de stoofpot die ze in het kamp van de kobolden vonden en keren dan met de lege ketel terug naar het kamp om bij de ingang van de grot een geïmproviseerd alarmsysteem te installeren. Daarna slaan ze op de rotswand boven de grot hun kamp op en nemen om beurten de wacht. Tijdens de eerste wacht hoort Ludovic reeds het geluid van de ketel die op de grond valt, en hij wekt zijn groepsgenoten alvorens een kijkje te gaan nemen. De kobold die de grot was in gevlucht, heeft zich bij de ingang van de grot geïnstalleerd, duidelijk met de opdracht om daar de wacht te houden. Sturdle neemt de wacht van Ludovic over en blijft de kobold in de gaten houden. Er gebeurt die nacht verder weinig, en tijdens de laatste wacht ziet Lyra dat de kobold in slaap dommelt.

Dag 2 (maandag 22 maart)

Sturdle springt van de rotswand en doodt de kobold in zijn slaap. Daarna betreden de avonturiers de grot. Al snel bereiken ze een punt waar de gang breder wordt en zich vervolgens in twee gangen splitst. De rechter gang is in duisternis gehuld, maar aan het einde van de linker gang brandt licht. Bovendien horen de avonturiers dat er in de ruimte aan het einde van deze gang grote bedrijvigheid heerst. Ze besluiten de linker gang te volgen en komen uit in een zaal waar vier kobolden werken aan een tunnel. Hoewel de avonturiers hen proberen te besluipen, worden ze door de kobolden gehoord, en deze verdedigen zich met hun schoppen en pikhouwelen tot het bittere einde.
Nadat de avonturiers de ruimte hebben onderzocht en hebben vastgesteld dat de tunnel doodloopt, keren ze terug naar de splitsing en nemen de andere gang. Zodra Sturdle, die voorop gaat, een stap in de gang zet, komt er vuur uit de muur, waaraan hij zich brandt. Ludovic en Brocéliande, die na hem komen, proberen het vuur vergeefs te ontwijken. Lyra is verstandiger en dompelt zichzelf eerst onder in een nabije waterpoel alvorens de gang te betreden. Zij is dan ook de enige die ongeschonden door het vuur weet te komen.
In de grote zaal aan het einde van de gang bevindt zich een grote houten kooi, waarin twee elfjes zijn opgesloten. Ook de leider van de kobolden houdt zich hier op in de nabijheid van een waterpoel. Hij probeert de avonturiers met bezweringen te bestrijden, maar wordt al snel overmand. Dan bevrijden de avonturiers de elfjes, die echter nog altijd in een toestand van panische angst verkeren. Lyra weet hen te kalmeren, en de elfjes vertellen de avonturiers dat er iedere dag een monster uit de waterpoel opduikt, die al één van hun vriendjes heeft opgegeten.
De avonturiers onderzoeken de poel en vinden onderwater een tunnel. Sturdle laat zich door zijn groepsgenoten aan een touw vastmaken en zwemt door de tunnel. Als hij aan de andere kant van de tunnel weer aan de oppervlakte komt, ziet hij dat hij zich in een enorme zaal bevindt, die voor het grootste gedeelte in beslag wordt genomen door water. In het midden van het onderaardse meertje verrijst een klein, rotsachtig eilandje. Boven het eilandje valt door een gat in de zoldering het daglicht naar binnen. Op het eilandje bevindt zich een grote hoeveelheid schatten, die bewaakt worden door een kleine groene draak.
Sturdle trekt aan het touw en laat zich door zijn groepsgenoten door de tunnel terug naar de andere zaal trekken. Daar vertelt hij hen wat hij heeft gezien, waarna de avonturiers tot actie overgaan. Omdat Ludovic te zwaar bepantserd is om door de tunnel te kunnen zwemmen, besluiten Sturdle en Brocéliande om hem aan het touw vast te maken en vooruit te zwemmen, zodat ze hem door de tunnel kunnen trekken. Lyra volgt hen. In de andere zaal worden ze echter onmiddellijk door de draak ontdekt en deze gaat dadelijk tot de aanval over. Lyra weet hem een kleine verwonding toe te brengen alvorens de drie gedwongen zijn te vluchten. De draak achtervolgt hen niet door de tunnel. Omdat dit waarschijnlijk betekent dat deze hen aan de ingang van de grot zal opwachten om verder met hen af te rekenen, besluiten de avonturiers in de grot te rusten tot ze voldoende zijn hersteld om de strijd met de draak aan te gaan. Ze slaan in de zaal hun kamp op en slepen de kooi waarin de elfjes gevangen zaten tot in de poel om de draak buiten te houden.

XP
1,880 XP (470 XP per persoon)

Treasure
Halfspear
Masterwork light crossbow
10 bolts
Potion of invisibility
Potion of cat’s grace
Potion of cure moderate wounds
2 scrolls of shield
2 scrolls of color spray
Wand
Dagger
Smokestick
Alchemist’s fire